Vijfhonderd mijl

Over de dingen des levens

Wij zijn nationalisten (volledig)

Geplaatst door yvespernet op 27 april 2008

Wij zijn volksnationalisten en pleiten vanuit dat ideaal voor een onafhankelijk Vlaanderen als tussenstation naar een hereniging van de Nederlanden. Velen denken echter dat daarmee de kous af is en dat eenmaal dat bereikt is wij ons beter kunnen ontbinden wegens gebrek aan ideaal. Helemaal fout natuurlijk. Meer dan volksnationalisten zijn wij solidaristen; indien wij geen volksnationalisten waren, zouden wij geen echte solidaristen kunnen zijn en omgekeerd. Maar wat houdt het solidarisme nu eigenlijk in? In dit artikel zal ik het hebben over de kern, de basis, van het solidarisme en hoe dat van toepassing is op de wereld- en maatschappijvisie die wij menen uit te dragen.

Solidarisme: van het individu, over de maatschappij, naar de wereld

Het solidarisme erkent het bestaan van individuen in de maatschappij en erkennen dat er individuele verschillen zijn tussen alle mensen. De mens is dan ook niet gelijk, reeds van voor de geboorte verschillen wij van elkaar. Elk individu heeft zijn eigen wil, zijn eigen manier om naar de wereld te kijken en zijn eigen gedachtenpatroon om de dingen die hij ervaart te ordenen in zijn gedachten (cfr. Kant). Maar het individu staat niet alleen in de wereld, het individu leeft in een gemeenschap en zal zich daar dan ook vanzelf in engageren. De mens is immers een groepswezen. Sterker nog; wilt het individu zichzelf ten volste kunnen ontplooien en ten volste zijn eigen bestaan kunnen ervaren, dan zal het individu zich moeten engageren in de gemeenschap. Wij bepalen immers niet alleen wie wij zijn, voor het grootste gedeelte bepaalt onze omgeving hoe wij denken. Het individu definieert zichzelf door interactie met de rest van de gemeenschap; “In welke mate verschil ik van de rest?”, “In welke mate kom ik overeen met de rest?”, etc…

Met welke gemeenschap associeert het individu zich dan? Volgens de liberale visie zal het individu zich enkel associeren met de andere individuen waarbij hij een eigen baat zou kunnen hebben. Zo zou bv de boer zich associëren met de molenaar omdat de boer zijn graan kan verkopen aan de molenaar. Marxisten denken dan weer dat het individu zich enkel met zijn eigen klasse zou associeren en dat volkeren niet bestaan. Beiden gaan er dus vanuit dat de mens enkel op een economische manier denkt en enkel een productiefactor is. Solidaristen geloven echter in de grotere dingen van de mens. Wij zien de mens als een scheppend wezen, waar economie slechts een resultaat van is. Solidaristen gaan ervanuit dat de individuele mens zich op de eerste plaats zal associëren met andere individuen die eenzelfde etno-culturele achtergrond hebben. Als men vanuit het individu vertrekt, kan men de maatschappij in lagen bekijken. Helemaal beneden zit het individu, de laag erboven is het gezin, daarboven de mensen in je dagelijkse omgeving (vrienden, verdere familie), daarboven het volk, etc… Ook al zijn wij allemaal individueel verschillend, toch vallen wij allemaal onder de grote gemene etno-culturele deler “volk”.

Als morgen immers de staat ineen zou storen en iedereen aan zijn eigen lot wordt overgelaten, zullen de mensen opnieuw beginnen bouwen aan een maatschappijke ordening. Deze maatschappelijke ordening zal volgens die lagen verlopen, om uiteindelijk terug staatsverbanden te vormen rond het etno-culturele begrip “volk”. De solidaristische visie op de mens is dan ook de natuurlijke, de organische, visie die de mens niet in een kunstmatig verband, gebaseerd op economische verdelingen, wilt laten samenleven, maar in een verband dat eigen is aan de mens. Het solidaristische volksnationalisme ijvert niet voor het terugkeren naar een samenlevingsverband waarbij de heer over zijn lijfeigenen regeert, maar wil een natuurlijke vanzelfsprekenheid, aangepast aan de moderne menselijke maatschappij, terugbrengen in onze huidige ontwrichte samenleving.

Corporatisme: samen sterker, samen de toekomst tegemoet

De economische vleugel van het solidarisme is het corporatisme en gaat net zoals het solidarisme uit van de natuurlijke maatschappijordening. Doordat de mens ongelijk is van nature, zijn er ook economische verschillen. Er zijn werkgevers en werknemers, waarbij de éne vooral kapitaal en de andere vooral arbeid inbrengt (om het even simplistisch voor te stellen). Marxisten willen die verschillen vernietigen en een “dictatuur van het proletariaat” (de werknemers) installeren. Zijn zien de toekomst in de vernietiging van een groot deel van de bevolking en ik ben nogal zeker dat ik niet moet vertellen wat het resultaat is geweest toen men het wou invoeren (denk maar aan Stalin, Mao, ec…). Liberalen daarentegen willen alles loslaten en alle vormen van staatsinterventie terugschroeven. Het resultaat daarvan is een economische slavernij die ons beelden oplevert zoals in het boek, en de film, Daens. Als men de markt volledig vrijlaat, creëert men enkel een maatschappij van zéér rijken en zéér armen. Haat en nijd tegenover de eigen volksgemeenschap is daar het enige resultaat van.

Solidaristen gaan dan ook uit van verzoening tussen de verschillen in de eigen volksgemeenschap. De economie is immers een product van de mens en aangezien de mensen niet gelijk zijn, moet men er dan ook vanuit gaan dat ook in de economie er ongelijkheden zijn en altijd zullen zijn. Het is dan ook aan de staat om de ongelijkheden niet volledig weg te werken, want dat is onmogelijk, noch om de “vrije markt” dat te laten oplossen, dat leidt immers tot nog meer misie, maar om die ongelijkheden te verzoenen. Vakbonden en werkgevers kunnen op economisch vlak dan wel tegengestelde belangen hebben van tijd tot tijd, op het volksnationaal vlak hebben zij een overkoepelend nationaal belang. Werkgevers dienen als een goede huisvader te waken over het welzijn van hun werknemers, zonder daarbij in paternalistische toestanden te belanden. Werknemers dienen hun volste inzet te geven bij hun arbeid, zonder daarbij het slachtoffer te worden van uitbuiting.

Het corporatisme wilt dan ook de belangen van beide groepen naast elkaar leggen en een realistisch compromis, waar beiden zich in kunnen vinden, bereiken. Werkgevers hebben immers baat bij werknemers met een degelijke koopkracht voor hun producten te kopen. Werknemers hebben baat bij werkgevers die economische initiatieven nemen en streven naar innovatie.

Conclusie

We kunnen dan ook gerust stellen dat het solidarisme een maatschappijvisie is die niet zonder het volksnationalisme kan. Beiden vullen elkaar aan op een mate dat het beter is om te spreken van een volksnationaal-solidarisme. Zonder het geloof dat mensen zich automatisch volgens etno-culturele kringen zullen organiseren, kan men geen solidarist zijn. Zonder het geloof dat de economie ten dienste moet staan van de mens en niet omgekeerd, kan men geen echt volksnationalist zijn. Men kan dan ook geen volksnationalistische solidarist zijn, noch een solidaristische volksnationalist, maar men moet een volksnationaal-solidarist zijn. In solidaristische organisaties zijn beiden immers zodanig met elkaar versmolten dat het éne niet meer zonder het andere kan bestaan.

Het is dan ook nodig om ons gedachtegoed te verspreiden, tot in de hoogste regionen van de macht. Want wat zullen we doen als er geen concreet uitgewerkt socio-economisch programma klaarstaat wanneer we onze staatskundige doelen (onafhankelijk Vlaanderen en uiteindelijk Dietse eenheid) bereiken? Verder rommelen in de marge, een klein-België creeëren? Nee, wij hebben nood aan een groter ideaal, een groots project, een volksnationaal-solidaristisch project!

Yves Pernet
Sciptor NSV! 2007-‘08
Verschenen in Revolte in het najaar van 2007

Reageer

XHTML: De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>