Ondertussen al een paar weken uitgekomen, maar daarom niet minder interessant.
Voorpost en het solidarisme – Johan van Slambrouck
Economische soevereiniteit – Sacha Vliegen
Verankering van de economie – Johan van Slambrouck
Over het Amerikaans bankensysteem – Yannick Goossens
Cultuur en globalisme – Yves Pernet
Het verschil tussen natinonaal en internationaal kapitaal – Yves Pernet
Boekbespreking “The Web of Debt” – Yves Pernet
Vlamingen een volk van meiden en knechten, mag het ietsje meer zijn? – Eddy van Buggenhout
De ondergang van Fortis – Johan van Slambrouck
Boekbespreking “The world is flat” – Yannick Goossens
Omdat economie niet aan de economen mag worden overgelaten – Joost Venema
Huizen van Vlaamse solidariteit: solidarisme in de praktijk – Luc Vermeulen
De inhoudstafel is als volgt:
( 1 ) Voorpost en het solidarisme - Johan van Slambrouck
( 2 ) Economische soevereiniteit – Sacha Vliegen
( 3 ) Verankering van de economie – Johan van Slambrouck
( 4 ) Over het Amerikaans bankensysteem – Yannick Goossens
( 5 ) Cultuur en globalisme – Yves Pernet
( 6 ) Het verschil tussen natinonaal en internationaal kapitaal – Yves Pernet
( 7 ) Boekbespreking “The Web of Debt” – Yves Pernet
( 8 ) Vlamingen een volk van meiden en knechten, mag het ietsje meer zijn? – Eddy van Buggenhout
( 9 ) De ondergang van Fortis – Johan van Slambrouck
( 10 ) Boekbespreking “The world is flat” – Yannick Goossens
( 11 ) Omdat economie niet aan de economen mag worden overgelaten – Joost Venema
( 12 ) Huizen van Vlaamse solidariteit: solidarisme in de praktijk – Luc Vermeulen
Wie denkt in dit Revoltenummer enkel oproepen te vinden om “alles anders te doen” zonder invulling zal nog verschieten. Meerdere analyses van wat er is fout gelopen, wat er anders moet, hoe dat moet en waarom. Dat is wat u kan verwachten.
Het hoofddoekendebat woedt in alle hevigheid. Maar zowel voor- als tegenstanders, althans toch degenen die in de media worden gehoord, gaan voorbij aan een analyse waarom de hoofddoek opeens terug zo belangrijk is geworden in de identiteitsbeleving. Toen ik het boek “Islam: a short history” van Karen Armstrong las, viel mijn oog dan ook volgende passage:
“After the humiliating defeat of the Arab armies in the Six-Day War against Israel against 1967, there was a swing towards religion throughout the Middle East. The old secularist policies of such leaders as al-Nasser seemed discredited. People felt that the Muslims had failed because they had not been true to their religion. They could see that while secularism and democracy worked very well in the West, they did not benefit ordinary Muslims but only an elite in the Islami cworld. Fundamentalism can be seen as a post-modern movement, which rejects some of the tenets and enthusiasms of modernity, such as colonialism. Through the Islamic world, students and factory workers started to change their immediate enviroment. They created mosques in their universities and factories, where they could make salat, set up Banna-style welfare societies with an Islamic orientation, demonstrating that Islam worked for the people better than the secularist governments. When students declared a shady patch of lawn – or even a noticeboard – to be an Islamic zone, they felt that they had made a small but significant attempt to push Islam from the marginal realm to which it had been relegated in secularist society, and reclaimed a part of the world – however tiny – for Islam. They were pushing forward the frontiers of the sacred, in rather the same way as the Jewish fundamentalists in Israel who made settlements in the occupied West Bank, reclaiming Arab land and brining it under the aegis of Judaism.
The same principle underlines the return to Islamic dress. When this is forced upon people against their will (as by the Taliban) it is coercive and as likely to create a backlash as the agressive techniques of Reza Shah Pahlavi. But many Muslim women feel that veiling is a symbolic return to the pre-colonial period, before their society was disrupted and deflected from its true course. Surveys show that a large proportion of veiled women hold progressive views on such matters as gender. For some women, who haev come from rural areas to the university and are the first members of their family to advance beyond basic literacy, the assumption of Islamic dress provides continuity and makes their rite of passage to modernity less traumatic than it might otherwise have been. They are coming to join the modern world but on their own terms and in an Islamic context that gives it sacred meaning. [...] In the West, people often flaunt their tanned, well-honed bodies as a sign of privilege, they try to counteract the signs of ageing and hold on to this life. The shrouded Islamic body declares that it is oriented to transendence, and the uniformity of dress abolishes class differences and stresses the importance of community over Western individualism“
ARMSTRONG, K., “Islam: a short history“, Orion Books, Londen, 2001, pp. 145-147.
Mijn inziens één van de weinige analyses over de hoofddoek die zeker kloppen. De identiteitsbeleving van vele mensen zal immers sterker worden wanneer zij worden geplaatst tussen een andere identiteit, die haaks op de hunne staat. Zet bv een heiden tussen een hoop katholieken en hij zal zich snel als een overtuigd heiden profileren en omgekeerd ook. Het probleem met de hoofddoek ligt dan ook niet zozeer bij de Islam, integendeel. Vanuit volksnationalistisch én solidaristisch oogpunt is het denken achter de hoofddoek, zoals hierboven beschreven, zelfs lovenswaardig. Één van de grootste problemen vandaag de dag is dat er geen tegencultuur is. Tegenover de hoofddoek kan het Westen geen eigen cultuur meer plaatsen, buiten de individualistische, egoïstische maatschappij van de massaconsumptie.
Moeten wij de moslims dan aanraden om de hoofddoek te gaan dragen? Natuurlijk niet. We moeten het echter hen ook niet gaan afraden. Het is immers iets van hun eigen cultuur en het is aan de moslims om, in hun eigen culturele context, zelf te beslissen welke kant ze uitwillen daarmee. Het is echter ook een feit dat de islamitische cultuur enorm verschilt van de westerse en dat beide zijn gegroeid in bepaalde geografische en socio-economische contexten. Wanneer men immers kijkt naar de Koran (of naar welk ander heilig boek of collectieve religieuze verhalen, zij het heidens of monotheïstisch) ziet men dat deze is geschreven in de context van het Arabische volk. De Islam dient dan ook te gedijen in de culturele context waar de Islam vandaan komt. Pleiten voor een Europese Islam kan men gerust doen, maar dan gaat men volledig voorbij aan heel het principe van een godsdienst. Men zou beter de moslims hun eigenonderwijs geven hier in Vlaanderen, maar wel met de voorwaarde dat dit een terugkeer naar de Islamitische wereld betekent. Geen eigen rechtssysteem geven, de sharia is immers iets dat in de moslimlanden zelf al genoeg op weerstand stuit, of toegevingen aan belachelijke eisen i.v.m. varkensvlees en alcohol, maar een onderricht in de eigen culturele gebruiken en geschiedenis waarna zij terug kunnen keren naar het land van herkomst om daar de nieuwe elite te gaan vormen.
En ja, ik ben mij bewust van het fenomeen tussenculturen. Vele moslims hier zitten vast tussen hun eigen cultuur en de Westerse. Het is echter ook vaak zo dat zij van beide elementen de slechte elementen hebben overgenomen, vandaar ook de opkomst van radicale religieuze groeperingen die deze eruit willen halen. Maar hoe langer men hier nog gaat proberen moslims te laten blijven op deze manier, hoe hoger men de problemen gaat stapelen. Met een hoofddoekenverbod gaat men niets uithalen, buiten wat reacties uitlokken van moslims en enkele dolgedraaide linksen (die trouwens ook ideologisch volledig stuurloos zijn). Het is nodig om op lange termijn te werken aan een beleid van remigratie en reintegratie van de moslims in hun eigen gebieden.
Wilt dat trouwens zeggen dat alle verwijten van racisme e.d. dus effectief waar zijn? Uiteraard niet. Als er één groot obstakel is voor integratie, is het wel de progressievelingen die alle tegenslagen steken op anderen. Op die manier zal men immers nooit werken aan een verbetering, want het is toch allemaal de schuld van een ander. Ik zou alvast ook geen poot meer uitsteken als ik zou denken dat alles wat tegenslaat een ander zijn schuld is. De moslimfundamentalisten die Europa willen islamiseren dient men trouwens ook als eerste buitenzetten of zelfs opsluiten. Wij hebben ons niet te moeien in hun cultuur, net zoals zij zich niet te moeien hebben in onze cultuur. Als iedereen immers voor zijn eigen deur zou vegen, zou de straat al snel proper zijn.
Voor wie interesse heeft in het Spanje van 1492-1536 kan ik zeker het boek “Zwarte Renaissance” van Chris Van Der Heijden aanraden. Het is niet zozeer een geschiedenis van veldslag naar belegering naar veldslag, etc…., maar een beschrijving van het culturele denkpatroon en de socio-politieke lijnen die toen bestonden en ontstonden. Door de grote nadruk op cultuur komt men vaak mooie staaltjes poëzie tegen, waaronder onderstaand stuk. Ik geef hier de vertaalde versie weer. Terug te vinden op pagina 269 van het boek, handelend over de herovering van de Granada en het afsluiten van de herovering van het Iberische schiereiland voor het christendom. De ontstane gedichten over de val van Granada en de periodes vlak ervoor en erna horen volgens mij dan ook bij de mooiste stukken Spaanse poëzie die je in het boek vindt:
In de mooie stad Granada is’t tumult niet van de lucht.
Hier roept men Mohammed aan, ginder de drievuldigheid.
Door een poort kwamen kruisen binnen, door de and’re verdwijnt de koran.
Waar eens de hoorn werd geblazen, hoort men nu de klokken luiden.
Een koning komt vrolijk binnen, de ander gaat in tranen heen,
plukkend aan zijn witte baard uit hij luid zijn droefenis:
“O mijn stad, o mijn Granada, van wie er geen tweede is.”
Een interessante anekdote hierbij is dat wanneer de laatste vorst van het islamistische Granada zijn stad verliet, hij buiten omkeek en in tranen uitbarstte. De reactie van zijn moeder was vervolgens nogal zeer raak: “Het is schandelijk dat je treurt als een vrouw om wat je niet kon verdedigen als een man.” Verwijzingen naar deze anekdote kan men dan ook in andere gedichten terugvinden:
‘t Is terecht dat zij als vrouwen zuchten en lopen te huilen,
die als mannen en als ridders hun staat niet verdedigd hebben.
Beter ware het te sterven in Granada in’t gevecht dan er levend uit te komen,
zo berooid, onterfd, ontrecht.
Het belang van de val van Granada was meer dan een religieuze en militaire overwinning. Ook de Spaanse cultuur zou een andere kant uitgaan, maar ook de Spaanse geopolitiek. Voortaan lagen de kusten van Noord-Afrika open voor Europese mogendheden, en dan vooral in de eerste plaats voor de Spaanse legers. Zo stond op een triomfboog, opgericht voor Karel V in Burgos in februari 1519, de Roem (Fama) afgebeeld met een schild waarop het Spaanse credo stond: PLVS VLTRA. Duidelijk was echter wel dat de expansie van Spaanse macht in het zuiden moest gezocht worden aangezien op de andere kant van de boog stond dat “heel Afrika weent omdat het wist dat Karel de ‘llave’ (waarmee Gibraltar bedoeld wordt) had om het continent te onderwerpen.” Of zoals het er in het Spaans stond:
El Africa toda llora porque sabe
que pues vos teneis la llave tengo de ser su señora.
Uiteindelijk zou de Spaanse expansie in het noorden van Afrika zich veel meer beperken dan oorspronkelijk gedacht. De Spaanse belangen in de Lage Landen en de Spaanse ambities in het Heilige Roomse Rijk zou de energie naar het noorden richten i.p.v. het zuiden, waarmee ook de neergang van Spanje werd ingezet. Om even een moderne vergelijking te maken; met het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog in het midden/einde van debeleefde Spanje zijn “Afghanistan” zoals de Sovjets dat zouden meemaken. Het vrat zoveel energie, geld en middelen op dat het uiteindelijk mee aan de basis zou liggen voor de ondergang van een immens rijk. Maar daar misschien een andere keer meer over.
“Zwarte Renaissance: Spanje en de wereld 1492-1536” van Chris Van Der Heijden, verschenen bij Uitgeverij Olympus en momenteel voor een goede €15 te koop. Elke euro waard!
In 2002 schreef Osama Bin Laden in zijn Brief aan Amerika: “U bent een natie die vrouwen uitbuit als een consumentenproduct of reclamemiddel en die een beroep doet op klanten om hen te kopen. Jullie gebruiken vrouwen om passagiers, bezoekers en buitenlanders te dienen om zo de winstmarges te verhogen. Vervolgens slaan jullie jezelf op de borst dat jullie de vrouwenemancipatie steunen.“
Stof tot nadenken met betrekking tot het kijken naar de visie van Al-Qaeda? Citaat gevonden op pagina 58 van het boek “De wereld in 2100″ van de hand van George Friedman.
Een paar dagen geleden kwam ik in Media Markt de film Alatriste tegen. Na hem gezien te hebben, kan ik hem enkel maar aanraden aan iedereen. De film is gebaseerd op de verhalen over Capitàn Diego Alatriste, geschreven door Arturo Pérez-Reverte. Die laatste begon met schrijven nadat hij vond dat het Gouden Tijdperk van Spanje ondermaats behandeld werd in het schoolboek van zijn dochter. De film zelf heeft drie Goya Awards gewonnen, en terecht ook.
De film begint in de Zuidelijke Nederlanden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Diego Alatriste dient als huurling in het leger van Spanje dat in Vlaanderen actief is. Wat direct opvalt in het begin van de film is dat de karakters van verschillende nationaliteiten ook hun respectievelijke taal spreken, waarbij het ook duidelijk is dat de acteurs die Nederlandse soldaten spelen ook effectief Nederlanders zijn. Ook de Fransen, etc… die in de film worden opgevoerd zijn duidelijk mensen die de niet-Spaanse talen als moedertaal hebben. Wanneer Alatriste na zijn dienst inVlaanderen terugkeert naar Spanje wordt hij, als huurling, betrokken bij allerlei complotten waarbij de hofhouding van Filips IV, de Katholieke Kerk en de Inquisitie bij betrokken zijn. Zo evolueren bepaalde complotten steeds verder in de film, waarbij één van de centrale complotten de val van de Conde-Duque Olivares inhoudt.
Als Vlaming zelf is het trouwens wel eens leuk om de verwijzingen naar Vlaanderen van naderbij te bekijken. Zo bespreekt Alatriste op een bepaald moment met een lid van de Spaanse hofhouding de situatie in Vlaanderen. Wanneer naar diens mening gevraagd, zegt Alatriste dat Vlaanderen door God “geschapen is onder een zwarte zon. Een ketterse zon die ervoor zorgt dat het land nooit verlicht wordt. Een land bewoond door mensen die de Spanjaarden vrezen en verachten en hen altijd zullen opjagen. Vlaanderen is de hel.” Waarop het lid van de Spaanse hofhouding antwoordt dat “Vlaanderen een hel is die van vitaal belang voor Spanje is.” Zoals ik immers eerder op deze blog had gezet, had Spanje veel te weinig geïnvesteerd in de eigen economie. Het verlies van de industrie in de Nederlanden zou dan ook een doodslag betekenen voor het Spaanse Rijk, wat uiteindelijk ook is gebeurd.
Er zijn ook vele verwijzingen naar grote cultuurfiguren in het Spanje van de 17de eeuw. Zo is Alatriste een persoonlijke kennis en vriend van de grote Spaanse schrijver Francisco Gómez de Quevedo y Santibáñez Villegas. Ook die laatste zijn rivaliteit met Luis de Góngora y Argote komt meerdere keren aan bod. Een zeer mooi gebracht moment in de film is de belegering van Breda in 1624/1625. De overgave van Breda wordt zeer mooi in beeld gebracht volgens het schilderij van Diego Velázquez, dat kort daarna ook in de film wordt getoond nadat het afgewerkt is door die laatste. Ook de gevechten in de film worden met een (bij momenten gruwelijk) realisme gebracht. Er is alvast geen romantische visie in de gevechten geslopen en ze worden even ijzig gebracht als ze werkelijk waren (zie ook filmpje hieronder)
Een andere rode draad die doorheen de film loopt is het feit dat Alatriste, na het overlijden van één van zijn wapenbroeders in Vlaanderen, moet zorgen voor diens zoon; Inigo Balboa. Diens tragische liefdesleven, net zoals dat van Alatriste trouwens, zorgt vaak voor een betrekking bij allerlei complotten, waarbij hij op een bepaald moment zelfs op de galeien belandt. Wie echter verwacht hier een romantische verhaallijn in te bespeuren zal bedrogen uitkomen, op het vlak van liefdesverhalen is deze film een grote tragedie.
Nee, geen citaat uit Das Kapital van Karl Marx. De laatste dagen ben ik bezig in het boek ”Arm & Rijk – Waarom werd het Westen rijk en bleven andere landen arm?” van David S. Landes. In dit boek, een goede 700 blz. dik, worden interessante perspectieven getoond op de modernisering en expansie van Europa doorheen de geschiedenis, en dan vooral vanaf de ontdekking van de Nieuwe Wereld aan het einde van de vijftiende eeuw. Op de pagina’s 188-190 vielen mij volgende stukken op over het Spaanse financieel beleid:
“Het (Spanje) kreeg die nieuwe rijkdom in de schoot geworpen en kon dat geld investeren of spenderen. Spanje gaf het uit – aan weelde en oorlog. Er is geen groter geldverspilling dan oorlog; oorlog bouwt niet op, maar breekt af; oorlog is niet voor rede of restricties vatbaar, en de steeds wisselende en altijd ontoereikende middelen leiden tot zo’n verbeteren irrtationaliteit, dat de kosten alleen nog maar hoger worden. [...] Spanje verspilde heel wat van zijn rijkdom op de slagvelden van Italië en Vlaanderen. Het moest zijn soldaten en wapens betalen – zoals kanonnen van de Engelse vijand – en levensmiddelen, veelal gekocht van de Hollandse en Vlaamse vijand, paarden en schepen.”
Dit stuk toont al aan dat de Spanjaarden hun geld nogal kwistig over de balk smeten. Maar de gevolgen hiervan zijn veel meer dan dat ze hun geld in hun vijanden staken, ze investeerden hen ook niet in hun eigen industrie en investeerden het dus enkel in hun eigen ondergang;
“De rijkdommen uit de Indische gewesten werden intussen hoe langer hoe minder in de Spaanse industrie gestoken, omdat de Spanjaarden geen goederen meer hoefden te vervaardigen; die konden ze kopen. In 1545 hadden de Spaanse fabrikanten zes jaar achterstand bij het afhandelen van orders uit de Nieuwe Wereld. [...] De Zuid-Amerikaanse rijkdom werd al evenmin in de Spaanse landbouw gestoken; voedsel kon Spanje kopen. De hele wereld werkt voor ons, zoals een Spanjaard in 1675 tevreden constateered: ‘Laat Londen maar naar hartelust z’n stoffen fabriceren, Amsterdam z’n streepjesgoed, Florence z’n laken, Indië z’n bever en vicuna [...], zolang wij er met ons kapitaal maar van profiteren. Het bewijst alleen dat al die landen ambachtslieden voor Madrid opleiden en dat Madrid de koningin der parlementeren is, want heel de wereld dient haar en zij dient niemand.“
Eenzelfde redenering wordt vandaag gebruikt als men spreekt over comparatieve voordelen en over de neoklassieke handelstheorie. Zo zouden de VSA zich geen zorgen hoeven te maken over hun gigantische handelstekorten met landen als China. Die landen leveren immers veel en nuttige producten in ruil voor wat papier waarop Amerikaanse symbolen en personen staan. Dit kan echter maar zolang blijven duren als de financiële rijkdom meegaat en de producerende landen willen meewerken. Het ondermijnt echter ook de eigen industrie en vernietigt industriële reserves door een wanbeleid. Een zeer interessante stelling die de autheur meegeeft is het volgende;
“Een Marokkaanse ambassadeur in Madrid in 1690-1691 had een scherpe kijk op dat probleem: ‘[...] Zo wordt er ook neergezien op de ambachten die door de lagere klassen en gewone mensen bedreven worden [...] Degenen die zulke ambachten in Spanje beofenen, zijn meestal Fransen [die] naar Spanje trekken om daar werk te zoeken… [en] er in korte tijd fortuin maken’ Een land dat het zozeer van gastarbeiders moet hebben, geeft blijk van onvermorgen om de eigen vaardigheden en ondernemingszin te ontwikkelen.”
Ondertussen zullen sommige lezers van dit stuk al wel de terugkoppeling hebben gemaakt naar vandaag de dag. Door de uitbesteding van onze landbouw (zo importeert Nederland graan uit Zuid-Afrika) en onze zware industrie naar andere landen, ondermijnen wij het harde industriële potentieel van onze landen. Nu hebben we nog het kapitaal om de producten te importeren uit die landen, maar zodra we dat niet meer hebben, door een financiële crisis ofzo, zullen wij niet minder gedaan hebben dan het vroegere koloniale rolpatroon te hebben omgedraaid. De resultaten van dit Spaanse beleid tonen alvast de gevolgen aan;
“Toen er halverwege de 17e eeuw een eind kwam aan de toevloed van edelmetalen, zat de Spaanse Kroon diep in de schulden, na een bankroet in 1575, 1575 en 1597. Er brak een langdurige periode van verval voor het land aan. Wie dit relaas leest zou er lering uit kunnen trekken. Gemakkelijk verdiend geld is slecht voor je. Het eerste gewin is kattengespin; eerst is er de scheefgroei, later volgt de ellende.”
En de landen die wel hadden geïnvesteerd in pure arbeid en niet in financiële kracht, wat gebeurde daarmee?
“De landen van Noord-Europa waren het levende bewijs. Ze voeren wel bij de ontsluiting van de wereld. Ze vingen vis, wonnen en raffineerden walvistraan, kochten en herverkochten graan, weefden laken, goten en smeedden ijzer, hakten hout en dolven bruin- en steenkool. Ze verwierven hun eigen heerschappij, gelukkig niet begiftigd met goud en zilver. Ook zij roofden en plunderden als de gelegenheid zich voordeed, maar ze bouwen toch hoofdzakelijk op steeds terugkerende oogsten en duurzame nijverheid en niet op uitputtelijke bodemschatten. Ze bouwden op werk.”
Mijn inziens een wijze les voor de huidige generaties en helaas veel te toepasbaar op onze dagdagelijkse actualiteit. Zeer goed boek en een enorme aanrader!
Mijn “collega”-bloggers van het AFF zijn blijkbaar nog steeds trouwe lezers van mijn blog, waar voor hartelijk dank. Het is dan ook volledig wederzijds aangezien ze soms wel eens interessant nieuws kunnen brengen. En ook hun boekenkeuze is bij momenten niet slecht, de Shockdoctrine van Naomi Klein (die zowel deze blog als die van het AFF aanraadde) is zeer goed.
Blijkbaar delen ze mijn kritiek niet op radikaal-links en halen ze het voorbeeld van de PVDA aan. In het interview in Knack met PVDA’er Peter Mertens staan effectief zinnige dingen. Zo haal ik bv aan: “dat er een overheidsbank moet komen, bijvoorbeeld. [...] Want nu zijn de winsten jarenlang geprivatiseerd en de verliezen uiteindelijk genationaliseerd” Mertens heeft hier groot gelijk, de banksector heeft immers zo’n grote invloed op de economie dat men moet streven naar een veel sterkere staatscontrole op de banken. Nationale banken om de economie te ondersteunen in staatshanden om zo controle op de financiële sector te behouden en zo financiële bubbels te minimaliseren en proberen te voorkomen.
Maar het is nog niet zo dat radikaal-links zich beperkt tot de PVDA. Als het wel zo zou zijn, zou het misschien zelf een verbetering zijn aangezien ik uit eigen ervaring heb mogen ondervinden dat uit een COMAC’er vaak meer zinnige praat komt dan uit een ALS’er. Vaak betekent echter helaas niet het merendeel van de tijd, laat staan altijd… Wat radikaal-links vaak verkeerd doet is inderdaad hun geviseer op het Vlaams Belang, terwijl die partij ook maar in de oppositie zit. Een OpenVLD, bepaalde CD&V’ers en SP.a’ers, die zijn veel gevaarlijker voor de sociale politiek dan het Vlaams Belang samen. Als men het Vlaams Belang zoveel viseert als radikaal-links wel eens meent te moeten doen, dan steunt men enkel de traditionele partijen die aan de basis liggen van deze crisis.
Het probleem van de transfers dan. Voor mij ligt het probleem van de transfers niet zoniet dat Vlaanderen geld afgeeft aan Wallonië. Ik denk dan ook niet dat men op deze blog veel verwijzingen zal vinden naar de transfers vanuit dit standpunt. Het probleem van de transfers is net dat de Waalse economie té afhankelijk wordt van de transfers. Zolang de geldkraan niet, stapsgewijs of ineens in één keer, wordt toegedraaid zullen de Waalse politici zelden of nooit op hun daden worden afgerekend. De PS wordt geplaagd door schandalen, maar blijft een immens machtsblok in Wallonië doordat het door zijn “dienstenvertoon” een bijna oligarchische greep op de steden heeft en dan vooral op de allerzwaksten. Dit is enkel mogelijk door het Vlaamse geld, de Walen worden hierdoor bijna gedwongen om voor de PS te stemmen om zo maar te kunnen overleven. Het is mijn inziens dan ook veel beter om deze chantage te doen stoppen en dat begint bij het aanpakken van de transfers. Zorg ervoor dat de PS op die manier woedende volksmenigtes mag verwachten aan hun hoofdkwartieren en aan de stadshuizen die zij beheersen. Dat zij eindelijk eens, waar nodig hardhandig, worden geconfronteerd met hun beleidsdaden door het Waalse volk.
Ik raad radikaal-links dan ook eens aan om “De rode tong van de leeuw” (te verkrijgen bij Meervoud) of ”De Vlaamse kwestie; pamflet over een onbegrepen probleem” te lezen. Het eerste handelt over de analyses van Antoon Roosens, het tweede boek is van de man zelf. Het geeft eens een andere, en het merendeel van de tijd zéér interessante, visie op Vlaams-nationalisme die verder gaat dan centenseparatisme.
Een tijdje geleden passeerde ik langs het Vlaams Huis in Brussel, waar de linkse Vlaams-nationalisten van Meervoud hun hoofdkwartier hebben. Tussen pot en pint kocht ik daar het boek “De rode tong van de leeuw”, dat handelt over de visie van Antoon Roosens die buiten Vlaams-nationalist ook marxist was. Al deel ik zijn marxistische conclusies niet, de analyses die hij maakt zijn bij momenten wel goed te noemen. Hieronder een citaat van pagina 135 uit dit boek.
Einde van de nationale bourgeois-staat
Sinds de 18e eeuw is het nationalisme steeds de band geweest waarmee de bourgeoisie, als leidende klasse binnen de verschillende naties, de brede bevolkingslagen wisten te verbinden met haar economisch maatschappelijk project. [...]
Het bourgeois-nationalisme is in historisch perspectief niet negatief te beoordelen. Het heeft aan de wereld een model geschonken van een democratische maatschappij, met ee reële participatie van de brede bevolkingslagen in de welvaart, en een principeel respect voor de individuele vrijheden en voor de recht van de mens. Oppervlakkige en idealistische kritieken van het nationalisme vergeten dit stelselmatig. [...]
Het nationalisme, het gevoel van verbondenheid tussen mensen die met eenzelfde taal en cultuur samenleven op eenzelfde grondgebied, is springlevend. Het is precies in crisistijden als deze, dat de mensheid spontaan terugvalt op deze nationale solidariteit om zich te verzetten en te beveiligen tegen de economische regressie en de maatschappelijke chaos waardoor elk individu zich bedreigd voelt. In plaats van de band te vormen tussen de kapitalistische bourgeouisie en de massa, kan het nationalisme nu de brede kracht worden, die het de volkeren zal toelaten de dictatuur van een internationale kapitalistische klasse en haar technocratie, te stuiten en te breken.
Om maar te zeggen dat Vlaams-nationalisme niet exclusief rechts is en dat links en rechts soms wel eens gelijklopende analyses maken. Al verwerp ik het marxisme als een cultuurdodende ideologie, de analyses kunnen, mits een beetje bijsturing, een interessante aanvulling vormen bij het nationalisme. Als is het op geen enkel moment aanvaardbaar dat wij een ideologie binnenlaten die onze maatschappij uiteenrukt en de individuen tegen elkaar opzet. Marxisme en ongebreideld individualisme (als derivaat van het kapitalisme) zijn op dat vlak in hetzelfde bedje ziek.
Een tijdje geleden deed ik de Fnac aan en kocht ik het boek “Carthago” van Adrian Goldsworthy. Het is een goede 430 blz dik en geeft een overzicht van de Punische oorlogen die werden uitgevochten tussen de Romeinse en Carthaagse republieken. Voor zij die nog een romantisch of hollywood-beeld hebben van klassieke veldslagen en belegeringen is dit bijna een must. Het boek toont goed aan hoe klassieke veldslagen en belegeringen in hun werk gingen. Het toont aan dat bij belegeringen het vaak eerder de belegerende zijde was die eerder opgaf door voedselgebrek dan de belegerde.
Ook wordt aangetoond hoe de meerderheid van de oorlogen die werden uitgevochten tussen de Punische Oorlogen en de stichting van het keizerrijk hun wortels hebben in de Punische Oorlogen. De Romeinse Republiek werd door de Punische oorlogen betrokken in conflicten in het hele Middellanse Zeegebied en zou weldra overal beginnen ingrijpen. Het principe van totale oorlogsvoering, waarbij gevochten wordt tot één partij volledig vernietigd is en waarbij de volledige economie en maatschappij in dienst van de oorlog worden geplaatst, is iets dat door Rome is geïntroduceerd. Daarvoor werd gevochten totdat één partij hun nederlaag toegaf en onderhandelingen begon. Zelfs wanneer Hannibal Zuid-Italië verwoestte, weigerde Rome nog maar over vrede te praten.
Het boek geeft een zeer interessante en vlotte kijk in de politiek van Rome, de oorlogsvoering en gedeeltelijk in de sociale verhoudingen in het Romeinse Rijk. Een dikke aanrader dus!
Op 24 december 2008 is Samuel Huntington overleden, autheur van o.a. het zeer bekende “Clash of Civilizations”. De man heeft bakken kritiek gekregen van de zogenaamde “hybridisation”-aanhangers (de mensen die geloven dat globalisme zal zorgen voor een beter verstaan van culturen en het opnemen van elementen uit andere culturen, zonder dat daarbij de eigen cultuur schade lijdt, cfr. Jan Nederveen Pieterse), maar na 11 september groeide zijn aanhang enorm.
Persoonlijk heb ik de man zijn visies leren kennen van zijn “Clash of Civilizations”, trouwens ook het eerste politieke werk dat ik kocht. Ik zat toen ergens in het vijfde middelbaar en kan gerust zeggen dat een deel van mijn politiek “bewustzijn” mede door dat boek is ontstaan. Of toch alvast de fascinatie om zoveel mogelijk te weten komen over de processen die ons dagelijks bestaan op een globale schaal bepalen. Niet dat Huntington altijd gelijk heeft gekregen in zijn voorspellingen, maar op vele vlakken had de man wel degelijk een punt.
Samuel Huntington (New York City, 18 april 1927 – Martha’s Vineyard, 24 december 2008); rust in vrede. Hieronder een korte bibliografie (los van Wikipedia geplukt)
The Soldier and the State: The Theory and Politics of Civil-Military Relations (1957),
The Common Defense: Strategic Programs in National Politics (1961),
Political Order in Changing Societies (1968),
The Crisis of Democracy: On the Governability of Democracies (1976),
American Politics: The Promise of Disharmony (1981),
The Third Wave: Democratization in the Late Twentieth Century (1991),
The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order (1996),
Who Are We? The Challenges to America’s National Identity (2004)