Door de week kwamen er vreugdeberichten uit Afghanistan. Talibanstrijders die dorpen nabij Kandahar hadden ingenomen, zouden nu verdreven zijn. Er waren geen meldingen van grote verliezen van de Taliban, maar enkel de vermelding dat ze verdreven zouden zijn. Wat mij overkomt als wat over-en-weer-schieten en het vervolgens terugtrekken van de Taliban. Een soort ping pong waarbij de ene partij zich even laat zien en voelen en vervolgens weer verdwijnt. Het “grote succes” van deze operatie is dat de westerse troepen zich nu even laten zien rond Kandahar en de Taliban weer even verdwijnen. Maar de Taliban een klap toegebracht? Verre van. Getuige een nieuwsbericht van vandaag:
Four US-led coalition soldiers have been killed by a bomb explosion in the southern Afghan province of Kandahar, military officials have said.
Two more soldiers were seriously wounded when a roadside bomb detonated as the men were conducting operations.
The nationalities of the soldiers were not immediately known.
Earlier this week Nato and Afghan forces said they had driven many Taleban fighters from the area during a major offensive in the province.
De Afghaanse regering beheerst dan wel de grote wegen en de steden, zij hebben echter amper tot geen controle over het platteland en de bergen. Gouverneurs e.d. zijn de facto burgemeesters met veel macht wiens gezag niet verder reikt dan de stadsperimeter. Afghaans president Karzai wordt dan ook niet voor niets de “burgemeester van Kabul” genoemd. Talibanstrijders tonen zich openlijk en oefenen openlijk met hun vuurwapens, zoals een BBC-cameraploeg onlangs nog ontdekte. Een ziekmakende corruptie in het nationale bestuur doet er ook niet veel aan om de regering enig krediet te geven bij de bevolking.
In Afghanistan, the Taleban now claim to have influence across most of the country and have extended their area of control from their traditional heartland in the south.
They are able to operate freely even in Wardak Province, neighbouring the capital Kabul, as a BBC camera crew who filmed them recently found.
One of their commanders in Wardak, Mullah Hakmatullah, said they do not control the roads nor the towns, but they hold the countryside and have increasing support because of the corruption of the administration.
“The administration do not solve people’s problems. People who go there with problems have to give a lot of money in bribes and then they get stuck there,” Mullah Hakmatullah said.
[...]
Six years ago the Taleban found it hard to recruit. They put their increasing success now down to official corruption, the slow pace of reconstruction and the presence of foreign troops.
Zoals elders hebben de Taliban, een religieuze beweging, nu een sociale en nationalistische mantel op zich genomen. Zij strijden tegen buitenlandse bezetters, tegen de corruptie van de nationale administratie en tegen het gebrek aan daadkracht. Daarmee stralen zij een aura van “nationale wedergeboorte” uit.
Reeds een hele tijd interesseer ik mij in de factoren achter de islamitisch-geïnspireerde groeperingen in het Midden-Oosten. Voor velen lijkt het alsof de Hamas, de Hezbollah, e.d. uit het niets zijn opgekomen, uit het niets de macht hebben gegrepen en uniek zijn in de wereld. Diezelfde mensen voor wie het zo lijkt, weten vaak ook niet dat de vorige regering van Indië door Hindoe-nationalisten (de BJP) werd geregeerd en dat, zoals bijna altijd, er socio-economische factoren aan de basis liggen van de opkomst van een Hezbollah, een Hamas. In Amerika heb je dan weer de enorm sterke lobby van de “Christian Right” waarbij de topfiguren vaak ronduit fundamentalistische protestante predikers zijn wiens preken perfect vergelijkbaar zijn met die van fundamentalistische imams.
Ook bouwen deze groeperingen een sterk sociaal netwerk uit, bouwen zij ziekenhuizen en scholen en zo heeft de Hezbollah zelf groepen die zich bezighouden met vrouwenemancipatie. Iets wat voor sommigen niet te begrijpen valt. Het boek “Global rebellion: religious challenges to the secular state, from Christian militias to Al Qaeda” geeft een zéér goed inzicht in de opkomst en het karakter van deze bewegingen. Ook worden dingen vermeld die niet direct geweten zijn. De link tussen moslimfundamentalisten en de democratische beweging in de moslimlanden bv:
The rhetoric of many religious nationalists suggests that they place a high value on democracy. Even those activists most opposed to the secular state affirm the polical importance of the democratic spirit. Sheik Yassin, for instance, told me that “Islam believes in democracy.”[..] A member of the Muslim Brotherhood in Egypt told me that “democracy was the only way for an Islamic state” [...] An international survey conducted by the Pew Foundation in 2006 revealed a suprising correlation between support for Muslim politics and a belief in democracy. In Jordan, Pakistan, and Palestine, even those respondents who approved of Osama bin Laden affirmed that their country could and should have a democratic future
JUERGENSMEYER, M., Global rebellion: religious challenges to the secular state, from Christian militias to Al Qaeda, Londen, University of California Press, 2008, pp. 225-226
Op vele vlakken spelen de moslimfundamentalisten de rol die de liberalen in 1848 en de socialisten later hebben gespeeld als democratiserende en emanciperende beweging. Religieuze en sociale/socialistische bewegingen gaan ook vaak in hand in hand. Christelijke landen zijn hier geen uitzondering op. Zo werden de Sandinisten gesteund door diepreligieuze mensen die hen steunden vanuit religieuze motieven. Net als in de moslimwereld vormt de religie in landen in Zuid-Amerika vaak ook een identiteitsbepalende factor. Zoals zo vaak het geval is in gebieden waar mensen nog diepreligieus zijn.
Although Ortega and his Sandinista party were portrayed in the American press as marxist and were excoriated by Nicaragua’s archbishop, Miguel Obando y Bravo, as hostile to the Catholic hierarchy, the revolution was to a remarkable degree a religious movement. It was conducted not only with a religious zeal but also with specifically Christian imagery. Moreover, it appealed to a large number of socially concerned clergy and other devourt Christians, who oftend regarded their participation in the revolution as a religious act. [...] One of the leaders of the Sandinista movement declared that she was in the revolution because of her Christian faith, explaining that it helped her to “live the gospel better”. Carlos Tuennerman, minister of education in the Ortega cabinet, also joined the revolution as the result of a “Christian decision”. Ortega himself claimed to have embraced Christianity years after his party had been voted out of office, and his renewed ties to the church were credited as one of the reasons for his return to power in 2006.
JUERGENSMEYER, M., Global rebellion: religious challenges to the secular state, from Christian militias to Al Qaeda, Londen, University of California Press, 2008, p. 166
Verder wordt ook nog uitgelegd hoe de Hezbollah een nationalistische beweging is, die zijn hand uitsteekt naar de Libanese Christenen en zelfs samenwerkingsakkoorden heeft gesloten. Hoe de Islamitische Revolutie in Iran een sociale en democratische revolutie was en hoe de Moslimbroeders een breed draagvlak hebben door hun eisen naar democratische en socio-economische hervormingen. Ook de rol van de Hindoe-nationalisten en de militante Christelijke bewegingen wordt uitgebreid besproken. En uiteraard wordt ook de opkomst van Al Qaeda besproken.
Samengevat; een zéér interessant boek en een verplichting voor iedereen die een dieper inzicht wens te krijgen in het ontstaan, de groei en het wezen van de religieuze bewegingen over de ganse wereld.
Vandaag weer eens op boekenjacht geweest. Jachtterreinen van dienst waren Standaard Boekhandel en Fnac.
Het boek van Ilan Pappe (ik heb wel de Nederlandse vertaling) handelt over de etnische zuivering die de jonge staat Israël uitvoerde op de Arabische bevolking van Palestina. Groeperingen als Irgun en Hagana pasten tactieken toe die zo uit het draaiboek van de Einsatzgruppen (ESG) hadden kunnen komen. Met als verschil dat de ESG uit een raciale ideologie handelden en de Irgun/Hagana dit mengden met een religieus fanatisme. Een voorbeeld uit het boek:
Nadat hij met zijn adviseurs had gesproken, klonk Ben-Gurion op 24 mei triomfantelijker en machtsbeluster dan ooit in zijn dagboekaantekening:
“We zullen een christelijke staat stichten in Libanon, met de rivier de Litani als zuidgrens. We zullen Transjordanië breken, Amman bombarderen en zijn leger vernietigen - we bombarderen Port Saïd, Alexandriê en Caïro. Dat zal de wraak zijn voor wat zij (de Egyptenaren, de Arameeërs en Assyriërs) onze voorvaderen aandeden in bijbelse tijden.”
(pagina 166)
Of nog een ander voorbeeld:
Het verhaal over Iqrit is redelijk representatief voor wat er ook met de andere tweedorpen gebeurde. Het dorp lag dicht bij de Libanese grens, hoog in de bergen, ongeveer dertig kilometer van de kust. Op 31 oktober 1984 werd het bezet door een Israëlisch bataljon. De bevolking gaf zich zonder slag of stoot over - Irqit was een maronistische gemeenschap die verwachtte welkom te zijn in de nieuwe joodse staat. De commandant van het bataljon beval de bewoners te vertrekken, met als argument dat het gevaarlijk voor hen was om te blijven; Hij beloofde hun dat ze na twee weken zouden kunnen terugkeren, als de militaire operaties achter de rug waren. Op 6 november werden de bewoners uit hun huizen gezet en met legervrachtwagens naar Rama gebracht. Vijftig mensen, onder wie de plaatselijke priester, mochten achterblijven om huizen en gronden in het oog te houden, maar het leger kwam zes maanden later terug en verdreef hen eveneens.
[...]
Op 26 september 1949 verklaarde de minister van Defensie dat de Noodmaatregelen (daterend uit de Britse mandaatperiode) op Irqit van toepassing waren, om de repratiëring te voorkomen die de commandant van de bezetting eerder had beloofd.
[...]
Om de zaak voor eens en altijd op te lossen, verwoestte het leger alle huizen van Iqrit op kerstavond 1951. Alleen de kerk en de begraafplaats werden gespaard. In hetzelfde jaar werden naburige dorpen op soortgelijke wijze verwoest om terugkeer te voorkomen: Qaddita, Deir Hanna, Kfar Bir’im en Ghabisiyya.
[...]
Net als bij Irqit had het leger onmiddelijk “vergelding” gezocht door hun dorpen te verwoesten, met als cynisch excuus dat ze een militaire oefening in het gebied hadden gehouden en dat het dorp bij een luchtbombardement op de een of andere manier in puin was gelegd - en onbewoonbaar was geworden.
———————————————————-
“Zonen grijpen de wereldmacht” van Gunnar Heinsohn handelt dan weer over de link tussen de demografische evoluties van de bevolking en de geopolitieke houding van staten/volkeren. Een onderwerp dat ook in het boek “Clash of Civilizations” van Samuel Huntington wordt aangehaald, maar nu verder is en gedetailleerder is uitgeschreven in dit boek. Het komt er o.a. op neer dat de Amerikanen in de “War on Terror” de tijd tegen zich hebben. De gebieden waarin zij menen deze strijd te voeren, wordt namelijk gekenmerkt door een zeer jonge bevolking en grote gezinnen.
Als de Britten/Amerikanen een soldaat verliezen, is dit een grote slag voor een natie met gemiddeld 1.6 kinderen per gezin. Voor een Afghaan of Irakees is dit demografisch minder erg aangezien zij naties zijn waar gezinnen van 6 kinderen absoluut geen uitzondering zijn. De demografie is het wapen van de terroristen en het verklaart ook gedeeltelijk de Amerikaanse politiek momenteel. Een zeer interessant en goed geschreven boek dat zeer vlot leest.
De Turkse AKP had in februari een wet door het parlement gejaagd die het toeliet om de hoofddoek op Turkse universiteiten te dragen. Direct daarna werd deze wet door de Turkse seculiere nationalisten voor het Turkse grondwettelijk hof gebracht en vandaag is deze wet weer geschrapt. Turkije voert opnieuw zijn hoofddoekenverbod voor universiteiten door. Volgens het Turkse grondwettelijke hof was deze wetswijziging immers in tegenspraak met het principe van de scheiding van Kerk en Staat.
Ondertussen is het al meer dan duidelijk dat er in Turkije een strijd gaande is tussen de seculieren en religieuzen. Zo was er ook het bericht dat volgens de hoogste religieuze instelling in Turkije flirten reeds gelijk was aan overspel en uitten zij sterke religieuze conservatieve gedachten. De homosexuele organisatie Lambda Istanbul is dan weer het slachtoffer van het nieuwe beleid omdat de volledige naam (Lambda Istanbul Solidariteitsassociatie voor lesbiennes, homoseksuelen en travestieten) verwijzingen naar homosexualiteit bevat.
Decennia na datum is de religieuze reactie tegen de hervormingen van de “Grote Turk” Mustafa Kemal Atatürk begonnen. Past dit in de opkomst van religieus geïnspireerd nationalisme dat de laatste decennia overal in de wereld (van Hezbollah tot de Bharatiya Janata Party) zijn kop begint op te steken?
Na dagen onderhandelingen in Qatar tussen Libanese oppositie en coalitie is er blijkbaar een akkoord gesloten. Dit mede door sterke druk uit de straten van Libanon waar betoogd werd met slogans zoals “Als jullie geen akkoord hebben, moeten jullie niet terugkomen”. Volgens Libanees minister van telecommunicatie Marwan Hamadeh zijn er geen verliezers bij dit akkoord. Amr Moussa, voorzitter van de Arabische Liga, zei dat dit akkoord Libanon bevrijd van zijn ketens. Saad Haririri, soennitische leider van de coalitie, vond dat dit akkoord een nieuwe pagina opende voor Libanon. Mohammed Raad, leider van de Hezbollah-afvaardiging in Qatar, zei dat dit akkoord zou helpen bij het vreedzaam samenleven in Libanon en bij het opbouwen van de staat.
Wat houdt het akkoord zoal in? Hieronder de lijst.
De pro-westerse meerderheid krijgt 16 kabinetsposten en de eerste minister;
de pro-Syrische oppositie krijgt 11kabinetsposten en vetomacht;
drie kabinetsposities zullen worden ingevuld met kandidaten die genomineerd worden door de president;
het gebruik van wapens in interne conflicten wordt verboden;
de tentenkampen van de oppositie in Beiroet worden verwijderd;
de kiesdistricten worden kleiner gemaakt.
In mijn ogen zijn alleen de drie laatste punten iets waar echt van vooruitgang wordt gesproken. De eerste drie lijken mij vooral een tijdelijke bevriezing van de machtsverhoudingen, iets wat bij een nieuw hoogoplopend conflict alleen maar zal leiden tot een nieuwe blokkage. Het blijft dansen op een slappe koord in Libanon, een slappe koord die gespannen is boven een glascontainer. Één verkeerde beweging en er zal weer bloed vloeien. De toekomst zal het uitwijzen.
BEIRUT, Lebanon (CNN) — Hezbollah militants will leave Beirut’s streets in response to the Lebanese army’s assuming security in the city, an opposition spokesman said Saturday, but “civil disobedience” will continue.
De Hezbollah trekt zijn militieleden terug van de straten, maar gaat verder aan burgerlijke ongehoorzaamheid doen. Dit is een grote overwinning voor “de Partij van God” (vertaling van Hezbollah). Het kan lijken dat zij zich nu terugtrekken, maar dit doen ze wel nadat ze eerst alle islamitische tegenstanders uit Beiroet hebben verjaagd en kopstukken van vijandige milities gedood of gevangen genomen hebben. Deze uitbarsting van geweld toont aan dat de moslims in Libanon nog steeds interne religieuze sektarische verdeeldheid als een politiek feit zien. In deze strijd tussen soennieten en sjiieten zijn de christenen niet geraakt, de winkels sloten daar zelf niet tijdens het geweld.
Maar niet alleen religieuze verdeeldheid speelt een rol in dit conflict, ook al speelt het een zeer belangrijke rol. Ook de keuze over de toekomst van Libanon speelt een rol. Op dit moment is een pro-Amerikaanse regering, bestaande uit soennitische moslims, druzen en sommige christenen, aan de macht die wordt tegengewerkt door de islamitische Hezbollah en de christelijke Al-Tayyar Al-Watani Al-Hur (Vrije Pattriotische Beweging) De meeste christenen in Libanon stemmen nu voor die laatste beweging die nu een samenwerkingsakkoord heeft met de Hezbollah.
Het toont nog maar eens aan dat de Libanese politieke wereld een uniek geval is. De grootste verdeeldheid is daar niet christelijk/moslim, maar de interne verdeeldheid van de moslims zelf. Mijn persoonlijke voorkeur gaat momenteel eerder uit naar Aoun van de Al-Tayyar Al-Watani Al-Hur die ijvert voor een seculiere staat.
De “rustige” situatie in Libanon van de laatste maanden blijkt nogmaals een zeepbel te zijn geweest die nog maar eens doorprikt wordt. Het was trouwens niet eens zo rustig in Libanon de laatste tijd, denken we maar aan het feit dat er legergeneraals werden vermoord en dat er nog steeds geen president is gekozen. Het toont aan dat in het Nabije Oosten de religie vaak zeer identiteitsbepalend is. Ook toont het aan dat het conflict in Libanon niet gereduceerd kan worden tot moslims vs de rest. De christelijke wijken van Beiroet werden immers volledig gespaard van geweld en daar sloten de winkels ook niet.
Het conflict is ontstaan nadat de regering probeerde om het telecommunicatienetwerk van Hezbollah te sluiten en zo de interne communicatie van Hezbollah zeer sterk te verstoren. Nadat Nasrallah, hoofd van de Hezbollah, op televisie zei dat dit een oorlogsverklaring betekende, trokken gewapende Hezbollah-militanten soennitische wijken in en voerden “pre-emptive” ontvoeringen uit. Ondertussen zijn grote delen van Beiroet uitgegroeid tot een slagveld waarbij de regeringstroepen tot nu maar zeer nipt stand houden of zelfs, in het geval van west-Beiroet, zich overgeven aan de overmacht van Hezbollah.
Wat de toekomst brengt is niet direct geweten, het ziet er momenteel echter niet echt rooskleurig uit.
Al-Qaida is geen monolitisch blok en het is ook niet van dag 1 op dag 2 ontstaan. De ideologische onderbouwing van Al-Qaida is een proces dat reeds jaren bezig is en o.a. zijn oorsprong heeft in het Saudië-Arabië van de jaren ‘60 en ‘70.
Het Arabië van Saoed
In het begin van de 20ste eeuw veroverde de dynastie van het Huis van Saoed het huidige Saudië-Arabië en voerde zijn radikale islamistische versie van de islam in; het wahabisme. Ondanks wat vele denken, wordt dit niet gevolgd door de meerderheid van de bevolking in dat land. In het zuidoosten van het land wonen bv Sjiieten en in het gebied van de Hejaz (van het noordwesten tot een gebied iets ten zuiden van Mekka) wordt zelf een iewat vrijere versie van de islam aangehangen. Maar momenteel worden deze verscheidene strekkingen onderdrukt door de radikale wahabieten.
Het Huis van Saoed is echter enkel in naam wahabitisch. Zij steunen dan wel de fundamentalistische predikanten die wereld worden rondgestuurd, maar zelf staan zij bekend als decadent en vadsig. Nepotisme heerst alom. Dat zij de fundamentalistische wahabieten steunen, heeft dan ook meer te maken met het behoud van de eigen macht. Zo moesten deze radikale predikanten in het midden van de twintigste eeuw ervoor zorgen dat het socialisme en het nationalisme geen voet konden krijgen in Saudië-Arabië. Zij boden immers een (seculier) alternatief voor de vadsige en nepotistische Saudische dynastie.
Verwonderlijk was het dan ook niet toen er hier een reactie tegen kwam. Radikale moslims, geïndoctrineerd door de predikanten die gesteund werden door het regime, kwamen in opstand tegen het regime en wensten dit omver te werpen. Zij verspreiden geschriften waarin zij (terecht in mijn ogen trouwens) het huis van Saoed onbekwaamheid verweten en hun levensstijl, die wel héél fel contrasteerde met de strakke interpretatie van de islam, zwaar op de korrel nam.
De belegering van de Grote Moskee
Op 20 november 1979 namen een 1400 radikale militanten de Grote Moskee in. Zij barrikadeerden de deuren en gebruiken het omroepsysteem van de Grote Moskee om hun boodschap mee te delen. De inwoners van Mekka kregen te horen dat het Huis van Saoed onwettig was en dat de Mahdi was gekomen. Saoedie-Arabië zou vervolgens volgens de sharia worden bestuurd. De leider van deze opstand was Juhayman al-Otaibi. In het verleden had hij reeds pamfletten opgesteld, die gedrukt moesten werden in Koeweit vanwege de censuur in Saoedie-Arabië, die o.a. opriepen tot het omverwerpen van het Huis van Saoed en het verdrijven van alle buitenlanders uit Saoedie-Arabië. De volledige lijst van zijn ideologische punten kan men ook hier vinden, maar ik zal het ook hieronder even (in het Engels) plaatsen.
The imperative to emulate the Prophet’s example—revelation, propagation, and military takeover.
The necessity for the Muslims to overthrow their present corrupt rulers who are forced upon them and lack Islamic attributes since the Quran recognizes no king or dynasty.
The requirements for legitimate rulership are devotion to Islam and its practice, rulership by the Holy Book and not by repression, Qurashi tribal roots, and election by the Muslim believers.
The duty to base the Islamic faith on the Quran and the sunnah and not on the equivocal interpretations (taqlid) of the ulama and on their “incorrect” teachings in the schools and universities.
The necessity to isolate oneself from the sociopolitical system by refusing to accept any official positions.
The advent of the mahdi from the lineage of the Prophet through Husayn ibn Ali to remove the existing injustices and bring equity and peace to the faithful.
The duty to reject all worshipers of the partners of God (shirk), including worshipers of Ali, Fatimah and Muhammad, the Khawarij, and even music.
The duty to establish a puritanical Islamic community which protects Islam from unbelievers and does not court foreigners
De Saoedi’s stuurden hun Nationale Garde op de Moskee af, maar werden meerdere keren teruggeslagen. Later zou blijken dat de fundamentalisten nog waren getraind geweest door het Saoedische leger en hun training ten volste hadden benut. Pas door het gebruik van pantserwagens en Franse militaire adviseurs konden de Saoedi’s de bovengrondse verdiepingen van de Grote Moskee heroveren. De kelder zou pas heroverd worden nadat hij vol gas was gepompt, en dan nog ten koste van dozijnen mensenlevens. Tijdens het hele beleg hadden de Saoedi’s een panische angst dat hun eigen veiligheidstroepen zich tegen het regime zouden keren, zij beseften immers ook maar al te goed dat zij zelf de zaden van deze opstand hadden gezaaid.
Een verdeeld land
De enorme angst van het Huis Saoed voor de eigen bevolking vind men ook in een ander opmerkelijk feit. Toen de Jordaniërs hulp aanboden bij de belegering van de Grote Moskee werden zij vriendelijk, doch kordaat afgewimpeld. De Jordaanse monarchie, de Hasjemieten, waren immers de heersers geweest van de Hejaz. Saoud kwam uit het centrale woestijngebied, de Nejd, waar de islam ook veel radikaler werd geïnterpreteerd. De Hejazi’s worden ook nog steeds als tweederangsburgers behandeld in hun eigen land (waar kennen we dat van?). Als de Jordaniërs zouden ingrijpen, dan vreesde het huis van Saoed een enorme opleving van Hejaziseparatisme. Een Saoedische officier zei daarover: “Er werd gevreesd dat de Jordaniërs nooit meer weg zouden gaan als ze naar Mekka zouden komen”.
Anderzijds hadden de Saoedi’s wel geluk dat de fundamentalistische opstandelingen Mekka hadden uitgekozen als plaats van hun opstand. De Hejazi’s zijn immers niet te vinden voor de radikale interpretatie van de islam. Als de opstand had plaatsgevonden in de Nejd, zouden de gevolgen veel erger zijn geweest. Niet alleen zouden ze daar een grote aanhang hebben verworven, ze zouden ook de directe machtsbasis van de Saoedi’s hebben aangevallen; hun eigen etnisch thuisgebied.
Ook de sji’ieten in Saoedie-Arabië roerden zich in deze periode, al had dit niets te maken met de bezetting van de Grote Moskee. Sji’ieten vormen 7 tot 10% van de Saoedi-Arabische bevolking, maar worden systematisch gediscrimineerd vanwege hun geloof. Kort voor de bezetting van de Grote Moskee had de sji’itische geestelijke Hadi Modaressi vurige preken gehouden in sji’itische delen van Saudie-Arabië waarin hij oproep tot de islamitische revolutie. Uiteindelijk zou de opstand uitbreken uit nadat Hassan al Saffar de sji’ieten had opgeroepen om in opstand te komen. Deze opstand zou bloederig in de kiem gesmoord worden zonder dat landen als de VSA, met Carter als president toen, spraken over de vele schendingen van de mensenrechten. Dit uit puur geopolitieke redenen natuurlijk, zij waren immers de val van de sjah van Iran niet vergeten nadat ze hem niet meer wilden steunen vanwege schendingen van de mensenrechten.
Afloop
Uiteindelijk werd de Grote Moskee heroverd ten koste van vele mensenlevens. De opstandelingen werden onthoofd, maar zouden uiteindelijk toch gedeeltelijke winnen. De Saoedische clerus had de toestemming voor de bestorming van de Grote Moskee gegeven in de vorm van een fatwa. Deze hadden ze echter niet voor niets opgesteld. Hun strak conservatieve eisen zouden uiteindelijk ingewilligd worden en de wahabitische wetten nog verstrengen. Op die manier hadden de opstandelingen gedeeltelijk hun slag thuis gehaald.
De gevolgen van deze opstand tegen het Huis van Saoed zou ook zijn sporen nalaten en uiteindelijk mee de basis vormen voor Al-Qaida’s ideologie. Ongelovigen (alle niet-soennieten) moesten vernietigd worden en een strakke islamitische wetgeving moest ingevoerd worden, waarbij de tafsir (de islamitische theologie en [her]interpretatie van de Koran) wordt verworpen en waarbij dingen als televisie moesten afgeschaft worden.
Het huis Saoed, en de wereld, oogst nu de vruchten van wat toen gezaaid is. Het islamisme moest het seculiere Arabisch-nationalisme en socialisme tegenhouden. Enkel het heropleven van het volksnationalisme, gekoppeld aan een niet-marxistisch socialisme zoals het solidarisme, kan een einde maken aan de fundamentalistische opmars.
Voorzitter M. Guennoun van de Osdorpse moskee El Mouahidine heeft tijdens een rondleiding ongelovigen als “honden” bestempeld. Dat valt morgen in de Sp!ts te lezen. Enkele leerlingen en ouders van de openbare Daltonbasisschool De Horizon die de rondleiding volgden waren met stomheid geslagen.
Respect
De directie van de basisschool heeft een brief naar alle ouders en leerlingen geschreven om uitleg te geven over het incident. “Wij vinden het als multiculturele school van groot belang dat kinderen elkaars religieuze achtergrond leren kennen en respectvol leren omgaan met overeenkomsten en verschillen. De woorden van Guennoun zijn onacceptabel”, zo valt in de brief te lezen. Volgens de directeur van de basisschool zou er momenteel “mondeling contact” plaatsvinden met de voorzitter.
Probleem
De ouder die de brief naar Sp!ts mailde, is door de directie van de school op de vingers getikt. “De school wil het klein houden, maar dat is juist het probleem”, aldus de moeder. “Is zo’n voorzitter nog wel te vertrouwen?” Laatstgenoemde was vandaag niet bereikbaar voor commentaar.