Heeft het Vlaams Belang gefaald?
In het meest recente nummer van Branding schreef ik een artikel over de koers van het Vlaams Belang en de kritieken van mensen die ik daarop had gehoord. Op vraag van meerdere personen plaats ik dit artikel integraal op mijn weblog.
Heeft het Vlaams Belang gefaald?
Inleiding
De vakantieperiode heeft zijn nut, los van het feit dat studeren zich hoogstens beperkt tot de herexamens. Het kan een periode van reflectie zijn en het toetsen van ideeën en visies aan elkaar. Normaal gezien was dit een artikel geweest over de algemene evoluties die we in Vlaanderen kunnen zien aan de hand van de verkiezingen. Gesprekken met gelijkgezinden hebben mij echter een andere kant uitgeduwd aangezien veel kritieken van radikaal-rechtse Vlaams-nationalisten verbazingwekkend gelijklopend zijn. Dit artikel zal dan ook voor het grootste gedeelte handelen over het Vlaams Belang, de evoluties, wat foutloopt/-liep en een opsomming van de kritieken van de harde kern van militanten uit de Vlaamse Beweging. Het is immers van vitaal belang om naar deze harde kern te luisteren aangezien zij niet enkel de meest overtuigden zijn, maar ook de olie die de raderen van een partij doen draaien. Maar het zou oneerlijk zijn om enkel te mikken op wat er fout en krom is. Ook de positieve aspecten van het Vlaams Belang en diens verwezenlijkingen zullen er zijn.
Voor ik begin wil ik eerst nog antwoorden op de vraag “Waarom dit artikel?”. Het is niet uit een bepaalde rancune of uit een zekere wil tot zagen en klagen dat dit geschreven is. Elke partij heeft bij een nederlaag een evaluatie nodig van wat er fout loopt, zeker een partij wiens handelen het merendeel van de tijd is gemikt op constante groei. Sommigen zullen kritiek op het Vlaams Belang afdoen als wapens geven in handen van de vijand. Wie echter kritiekloos een scheef pad zal blijven bewandelen, eindigt uiteindelijk in de afgrond. Daarom is het dan ook van vitaal belang dat kritiek vanuit de radikale rechterkant wordt geuit op de koers van het Vlaams Belang. Wat ze er vervolgens mee doen, is mijn zaak niet, daar moeten zij zelf maar over beslissen. Tenslotte zou ik deze inleiding willen eindigen met een dankwoord aan alle radikalen die hun grieven duidelijk hebben gemaakt. Als zij stukken van hun kritiek in dit artikel herkennen, mogen zij daar gerust alle krediet voor opeisen. In dit artikel zal hij nog genoeg geciteerd worden, maar de reden tot kritiek geven, wordt eigenlijk nog het beste door Karel Dillen zelf gegeven: “Komt er dan na de verkiezingen bij de nationalisten eindelijk om het met een woord van Peter Kleist te zeggen ‘Besinnung in der Pause’? We kunnen het alleen maar hopen, ook zonder veel hoop.”[1] De analyse die Karel Dillen van de Volksunie maakt is helaas verbazingwekkend actueel toepasbaar op teveel aspecten van het Vlaams Belang. Waarom deze tekst? Omdat veel mensen graag kritiek geven op het Vlaams Belang en daarbij voegen dat “die kritiek toch nooit gehoord wordt” of toch “nooit aanvaard wordt”. Wel, bij deze neem ik de proef op de som. Een klein artikel zal je dit niet kunnen noemen, noch ononderbouwd. Laat dit dan ook de spreekwoordelijke lakmoesproef zijn.
Van “geestelijke oppositie”…
“Toegegeven, politiek en moraal vallen niet altijd samen. Toegegeven, politiek geeft niet zelden een vuil, vies, luchtje af, maar toch… Te veel is teveel.” [2]
Er zijn tijden geweest, en vele van de lezers zullen dat kunnen beamen, dat de termen rechts en Vlaams-nationalistisch automatisch werden gelijkgeschakeld aan het Vlaams Blok. Men was in de radikale Vlaamse Beweging actief en was dus ook tegelijkertijd lid van deze partij. Niet omdat het Vlaams Blok zo’n almacht had over de Vlaamse Beweging, maar omdat deze partij een alternatief vormde. Tegenover de traditionele partijen, verscheurd door de strijd tussen groepjes in de partijen, die enkel de macht wilden om de macht stond een partij die zich profileerde als meer dan oppositie. Karel Dillen zijn visie op het Vlaams Blok en de partijpolitiek was duidelijk. Het traditionele politieke spectrum was rot aangezien het vooral met zichzelf bezig was. De elites van de sociaal-democraten, christen-democraten en liberaal-democraten hadden zich de facto met elkaar verzoend. Van de macht verdreven worden was voor die politieke strekkingen geen ramp, ze zouden uiteindelijk toch terug aan de macht komen. Grote idealen werden niet meer gevolgd of zelfs maar uitgezet, vooral de politieke stabiliteit moest primeren. Niet uit een diepgaande bezorgdheid voor maatschappij of economie, maar omdat een stabiliteit de beste kansen waren op een verdeling van de politieke koek waar iedereen mee tevreden was.
Het oppositieprincipe dat Dillen, en zijn medestanders, voor ogen had was even simpel in woorden als het briljant was in politiek, ethisch en propagandistisch opzicht. Tegenover de traditionele partijen, die bestonden vanwege het behoud van de partij en diens macht, werd een partij gezet die eigenlijk maar een middel zou zijn. De bestaansreden van de traditionele partijen waren de traditionele partijen zelf. Ze verkondigden zelf geen maatschappelijk project dat radicaal verschilde van elkaar, verschillen bestonden hoogstens in geknoei in de marge. Het Vlaams Blok daarentegen zou een geestelijke oppositie voeren, het centraal plaatsen van een maatschappijvisie waarbij de partij zelf hoogstens als een middel tot het bereiken van een ideologisch resultaat moest bekeken worden. We kunnen de kernvisie van het Vlaams Blok dat Dillen en medestanders voor ogen hadden dan ook als volgt samenvatten;
- Tegenover de verzuiling wordt de maatschappelijk verbondenheid geplaatst. Niet de wil van één partij kan primeren boven de rest, noch mag de politiek bekeken worden als iets dat boven de maatschappij zweeft. De eigen volksgemeenschap en haar vitaliteit dient een afspiegeling te hebben in de partijpolitiek en daaruit ook ondersteund worden. Immers: “de nationalist strijdt voor het behoud van, voor de toekomst van de volksgemeenschap” . Doordat de tradionele partijen hebben gekozen om de belangen van de volksgemeenschap te verwaarlozen ten bate van volksvreemde actoren, moet er een Vlaams Blok tegenover worden gezet. Een blok, waarbij de volksgemeenschap dus in haar geheel wordt bekeken, dat Vlaams is, waarbij de eigen etnoculturele identiteit centraal staat, tegenover de traditionele partijen. Ergo; “Eigen Volk Eerst” zoals het later zou heten. In de Belgische staatsstructuren, die immers altijd volksvreemd zijn geweest en nog steeds zijn, is deze Vlaamse/Zuid-Nederlandse volksgemeenschap altijd achtergesteld. Ergo; “België? Barst!”.
- Tegenover het verraad van de andere partijen, die machtsstructuren belangrijker beschouwen dan de maatschappelijke etnoculturele verbanden, zou een partij komen te staan die ethisch zuiver is. Geen gesjacher zonder toegevingen op ethisch vlak. Radikaal en compromisloos.
- Zowel het liberalisme als het marxisme werken maatschappijvernietigend. Beide visies kijken immers naar de mens als een economische eenheid en hebben geen oog voor de onzichtbare maatschappelijke structuren die ontstaan zijn doorheen de eeuwen en de basis vormen van onze maatschappelijke stabiliteit. Tegenover deze anti-nationalistische visies plaatst het Vlaams Blok een solidaristische visie op volk en staat.
Stuk voor stuk stellingen waar de overtuigde nationalist zich direct achter kan scharen. Het probleem dat het Vlaams Blok echter had, was er één van leeftijd. Hoe goed Karel Dillen het ook voorhad, zijn jeugdjaren lagen ondertussen al achter hem. Wat nodig was, was een injectie van jeugdig bloed met de nodige Sturm und Drang in zich en met een moderne visie op propaganda. Met de verjonging van het Vlaams Blok zijn toen de kopstukken binnengekomen die we vandaag de dag kennen. Filip Dewinter, Gerolf Annemans, Frank Vanhecke, etc… Het programma van het Vlaams Blok werd op een slimme manier omgezet in slogans, waarbij vaak inspiratie werd gezocht in het Front National in Frankrijk dat toen een voortrekkersrol speelde in West-Europa. Met duidelijke en goed te onthouden slogans begon de opmars van het Vlaams Blok. Maar ook op andere vlakken bleek dat de nieuwe generatie in het Vlaams Blok een revolutionaire visie had op de maatschappij, waarbij controverse zeker niet geschuwd mocht worden. Kijken we maar naar de verzameling toespraken van Filip Dewinter in het boek “Zeggen wat u denkt”. Daar zijn uitspraken genoeg te vinden waar elke recht(s)geaarde nationalist zich direct achter kan scharen:
“De Falange van José Antonio in Spanje is een van de belangrijke voorbeelden van het feit dat politiek-rechts niet automatisch samenvalt met sociaal-reactionair conservatisme. Deze uitgesproken rechtse beweging toonde sterke sociale en revolutionaire tendensen die radicaal ingingen tegen de belangen van het behoudsgezinde establishment van die tijd.” [4]
“Want voor ons, kameraden, is het Vlaams Blok een revolutionaire partij. U, wij zijn de soldaten van de rechtse revolutie […] Wij willen niet eervol tenonder gaan. Wij willen recht vooruit met slechts één motto voor ogen: erop en erover.” [5]
De reacties van de traditionele politieke wereld, die grensden aan het hysterische, bewezen dat de schrik er effectief inzat. Hier waren nieuwe politici die voor principes vochten, dit verkochten op een moderne manier en geen angst hadden om de confrontatie, zowel oratorisch als fysiek, op te zoeken. Want welke politicus had zich immers nog laten zien in buurten als de Seefhoek en durfde de problemen te noemen zoals ze waren. Dat het Vlaams Blok het gewone volk aansprak, was vooral zichtbaar als men kijkt waar de stemmen vandaan kwamen. De gewone volksmens van de SP begon in massa over te steken naar het Vlaams Blok aangezien de partijtop zich al lang hand teruggetrokken uit de Volkshuizen. Her en der begonnen zelfs socialistische stamboom-militanten over te komen, wat toont dat het Vlaams Blok meer was dan wat slogans voor veel mensen. Het was een partij die erin sloeg om het gewone volk aan te spreken. De reactie van de politiek-correcte partijen kan men vergelijken met de houding van Romeinse senatoren naar mensen die de steun van de brede massa hadden. Ze keken met hun neus opgetrokken naar deze “populares” en deden neerbuigend over zowel deze nieuwe partij als haar kiezers (waarbij de vergelijking met mestkevers één van de meest bekende is[6]). Men verwachtte immers toch dat de kiezers braaf hun voormalige kopstukken zouden volgen en terugkomen naar de “moederpartijen”.
Het migratieprobleem werd succesvol aan het nationalistische verhaal gekoppeld en hier ligt ook één van de grote successen van het Vlaams Blok. Door de rechtse stroming in Vlaanderen doelbewust te koppelen aan de Vlaams-nationalistische visie op volk en staat kreeg het Vlaams-nationalisme opeens een zeer brede voedingsbodem. Filip Dewinter zei het het zeer duidelijk op 6 oktober 2002: “Het Vlaams Blok mag, kan en wil geen onderscheid maken tussen de strijd die wij voeren op de barricades in Vlaams-Brabant, in Voeren en langs de taalgrens en de strijd die we voeren op de barricades in Borgerhout, in de Muide in Gent of in Schaarbeek in Brussel.”[7] Misschien overdrijf ik, maar mijn inziens kunnen we ergens dit vergelijken met de evolutie van de Vlaamse Beweging na Wereldoorlog I. Het Vlaams-nationalisme brak door in brede lagen van de bevolking en speelde in op een gevoel van onbehagen, verwaarlozing door politici en een zoektocht naar identiteit. En om uit eigen ervaring te spreken, het is ook op deze manier dat ik bekend ben geworden met de Vlaamse Beweging. Oorspronkelijk rechts, maar door het overnemen van steeds meer Vlaams Blok-standpunten uiteindelijk geëvolueerd naar het Vlaams-nationalisme. Het bewijst dat een partij een grote invloed heeft op haar electoraat, wat nog enkel groter zal zijn wanneer deze partij ook nog eens zichzelf rebels profileert. Iets wat Karel Dillen zelfs reeds erkende: “Een Vlaams-nationale partij heeft steeds mensen aangesproken – zelfs mensen die geen nationalisten waren, zelfs geen bewuste Vlamingen waren- omdat men in haar zag een partij,die wezenlijk verschilde van de andere Belgische partijen”[8] Het Vlaams Blok groeide in omvang, maar toen begon een opeenvolging van momenten die zouden leiden naar een verwatering van standpunten, toenemende ontgoocheling bij de radikale kern en de verkiezingsnederlaag van de vorige verkiezingen.
…naar traditionele oppositie
“Redelijke mensen zullen de verarmende functie van leuzen en slogans moeten toegeven. Elke leuze wringt de wereld in een té nauw passend harnas. […] Een fenomeen dat echter dikwijls optreedt is dat het oorspronkelijke middel tot doel verheven wordt. Waar de leuze in het begin een middel is om de massa’s te beïnvloeden, verwordt zij in de loop van de tijd tot doel op zich. De leuze wordt doel. […]De oorspronkelijke denkers zien hun gedachtengoed dan zo verarmen dat zij zich veelal van de strijd gaan distantiëren.” [9]
Elke partij heeft haar eigen glazen plafond, de grens waarboven de partij in haar huidige vorm niet meer zal groeien. Geen enkele partij zal ooit de 100% kunnen bereiken in democratische verkiezingen. In een meerpartijensysteem zal een partij, tenzij men met het Angelsaskische meerderheidssysteem werkt, ook nooit de absolute meerderheid halen. Al zijn er uitzonderingen, ook in Vlaanderen. Zo behaalde de CVP in 4 juni 1950 een absolute meerderheid in zetels, maar dit moeten we dan weer bekijken vanuit het licht van de koningskwestie die toen hevig woedde. Maar door een glazen plafond kan men mits enige moeite nog wel breken en zo toch nog groter worden, ook al heeft de ideologie die de partij aanhangt geen enorm grote aanhang onder de bevolking. De verruiming was het antwoord op het glazen plafond en weldra begon het Vlaams Blok met een “Operatie Uitbraak” waarbij men naar andere partijen begon te kijken en mensen uit het middenveld wou gaan aantrekken. Zo werd Anke Vandermeersch aangetrokken vanuit de VLD, en toonde zich een loyale volgelinge van de partijlijn, wat men enkel bewonderenswaardig kan noemen. Zeker als men gaat vergelijken met andere verruimingsfiguren.
Want vooral twee namen die toen zijn aangetrokken zijn elke lezer hoogstwaarschijnlijk zeer bekend: Jurgen Verstrepen en Marie-Rose Morel. Een kapitale fout die het Vlaams Blok toen maakte, was dat de verruiming op de voorwaarden van de verruimers is gebeurd en niet op voorwaarden van de partij. Politiek, liefde en oorlog hebben meerdere dingen gemeen. Één daarvan is “Vecht alleen op eigen grond en op eigen voorwaarden.” De toegevingen die werden gedaan aan de verruimers, al waren ze zelfs maar alleen loze beloften om ze makkelijker aan te trekken, hadden echter ook effect op de vorm van het Vlaams Blok. En wanneer men spreekt over een partij waarbij de vorm zo belangrijk is, wat immers logisch is aangezien de speciale positie waarin ze zich bevindt, heeft een verandering in vorm ook zeer snel een verandering van vorm als gevolg. Het Vlaams Blok stond op de drempel van de grootste verkiezingsoverwinning ooit. Door het proces kon de partij zich profileren als de enige voorvechter van de vrije meningsuiting en Vlaanderen (la Flandre adore ses victimes) zou met een massale stem op het Vlaams Blok een dikke middelvinger opsteken naar de gevestigde orde. De kapitale fout van de partij was dan ook dat zij de verruimers té graag wilde. Getuige daarvan volgende passage uit “Zwart Op Wit” van Jurgen Verstrepen. In deze passage zitten Verstrepen en Dewinter samen om Verstrepen naar het Vlaams Blok te trekken en zo de partij te verruimen. Het toont echter ook de fout dat de overstap bijna helemaal op de voorwaarden van Verstrepen werd gedaan: “[Aan het woord is Filip Dewinter] De partij moet veranderen. Ze moet verruimd worden, laten we daar geen doekjes om winden. […] Een verkiesbare plaats, daar is geen discussie over. […] Als je wordt verkozen, en je wordt verkozen, welke commissie wil je dan hebben? […] Er is ook nog de communicatiedienst van het Vlaams Blok. Wil je ook nog wat werken? Vanuit jouw firma. Wil je nog factureren ook?” [10]
Uiteraard moeten we dit, zeker het laatste stuk, kritisch bekijken. Verstrepen zijn reputatie op financiële zaken benadert die van de gemiddelde zwendelbankier, zolang het maar in zijn eigen zak kan belanden is hij tevreden. Maar de toon is wel gezet en ook elders kan men dit soort onderhandelen terugvinden. Het leek alsof het Vlaams Blok bijna smeekte om mensen bij zich te krijgen. En dit terwijl de partij op de drempel stond een electoraal monstersucces. Als er iemand voorwaarden had moeten stellen, dan was het wel de partij zelf geweest. Als het echter beperkt was gebleven tot de verruimers, had het echter meegevallen. Het probleem was echter dat het Vlaams Blok blijkbaar vaststelde dat ze van de SP.a het maximale aantal kiezers had aangetrokken en dat ze nu keken naar de VLD waar er conflicten waren ontstaan tussen de rechtervleugel van die partij en de top. Om die aan te trekken, zou het Vlaams Blok echter ook de kapitale fout te maken om socio-economisch liberaler te worden. Dit gebeurde redelijk ongemerkt doordat economisch gezien het Vlaams Blok geen uitgesproken standpunten had, waardoor elke invulling verwelkomt werd. Door het overnemen van liberale standpunten, zoals de nadruk leggen op de noodzaak aan economische groei (zonder dat er werd gesproken over verankering) en het bespreekbaar maken van iets anti-nationalistisch als de vlattaks (wat maar net niet in het programma verscheen), begon het Vlaams Blok een andere boodschap te verkondigen. Zoals hierboven reeds gezegd, speelt elke partij de rol van megafoon. Wanneer het Vlaams Blok/Vlaams Belang begon met liberale standpunten te verkondigen, zorgden zij ook voor het ontstaan van de voedingsbodem van de latere Lijst Dedecker.
Ondanks het vertrek van sommige verruimers in de legislatuur na de Vlaamse verkiezingen van 2004, bleef het Vlaams Belang bezig met “de scherpe kantjes erafvijlen”. Dit kan vruchten afwerpen wanneer men aan verruiming én verdieping heeft gedaan. Het probleem met het Vlaams Belang was echter dat de partij wel verruimd was, maar dat er geen verdieping van de standpunten was gekomen. Enerzijds strategisch gezien omdat een concreet programma automatisch meer mensen zal afstoten dan een vaag programma. Anderzijds omdat velen in de partijstructuren gewoon niet veel begrepen van economie. Voor hen was individuele economische vrijheid (liberalisme) gelijkgesteld aan het nationalistisch streven naar vrijheid, terwijl dit een flagrant foute stelling is. Hierbij werd heel het concept van schaalvoordelen vergeten en werd ook de positie van Vlaanderen in de wereld genegeerd. Zonder een staatsingrijpen in deze geglobaliseerde wereld zal Vlaanderen immers in een mum van tijd economisch in handen zijn van buitenlandse bedrijven. Anderen in het Vlaams Belang kregen daarbij in de laatste de jaren de “briljante” ingeving dat ze zich misschien wel konden profileren door zich af te zetten tegen de solidaristische grondbeginselen van het Vlaams Blok. Zo stelden sommigen dat solidarisme opeens gelijk was aan communisme of socialisme en dit enkel omdat het solidarisme staatsingrijpen in de economie voorstaat. De argumentatie hierachter was dan ook of flinterdun of ronduit niet bestaande. En toen begonnen steeds meer en meer mensen te concluderen dat het Vlaams Belang een partij als alle andere was geworden. Slechts in slogans nog revolutionair, maar qua programma meer op hervorming dan op radicale omwenteling gericht. Niet dat dit zeer doelbewust gebeurde, het was ook een symptoom van intellectuele bloedarmoede.
Ideologische bloedarmoede: de financiële crisis…. en de Belgische transfers
“Terwijl het krakeel alsmeer heftiger wordt en de betrokkenen elkaar blijven bezwadderen en belasteren, zinken we allemaal van dag tot dag dieper weg in de modderpoel. Bedenkelijk daarbij is, dat we langzamerhand aan de benarde toestand blijken te wennen en zo maar voortploeteren zonder duidelijk perspectief.” [11]
Een politiek programma met een duidelijk omlijnd kader en een concrete invulling heeft zo zijn voor- en nadelen. Nadelen zijn dat een duidelijk programma mensen kan afschrikken, doordat het duidelijk zegt waar een partij voor staat. Bepaalde standpunten kunnen dan niet meer ontkend worden doordat ze zwart op wit staan gedrukt en vrij verkrijgbaar zijn. Een ander nadeel is dat een partijtop elke moment kan afgerekend worden op de bestaande partijlijn, zonder dat zij kunnen zeggen dat ze het allemaal anders bedoelden. Voordelen zijn er echter ook zeker. Het hebben van een apart ideologisch programma zorgt ervoor dat kiezers die geloven in het programma niet snel naar een andere partij zullen overlopen. Dit doordat slechts één partij die visie verkondigt en dus een monopolie bezit. Ook zorgt het voor het makkelijker onderdrukken van pogingen, van bv verruimers, om de partij een compleet andere koers te doen varen. In andere woorden: een duidelijk omlijnd programma is zoals een heilig boek met alle voor- en nadelen van doen. Een kritiek die uit radikale kringen komt, en mijn inziens meer dan terecht is, is dat het Vlaams Belang geen concreet programma meer heeft. Te vaak worden oplossingen voor de economie doorverwezen naar “in een onafhankelijk Vlaanderen is dat anders”. Vlaggen kan men echter niet eten, laat staan zich achter verschuilen in een debat dat over concrete socio-economische standpunten gaat. Wat voor velen treffend was, was het colloquium dat het Vlaams Belang organiseerde naar aanleiding van de financiële crisis. Radikale, onderbouwde nationalisten keken uit naar het antwoord van het Vlaams Belang op de wereldwijde financiële crisis, maar ze sloegen zich ook evensnel voor het hoofd toen bleek dat alles op te lossen leek door…. het stopzetten van de transfers Vlaanderen -> Wallonië.
Uiteraard zijn die transfers nefast voor zowel Vlaanderen als Wallonië, maar zij vormen helemaal de kern van de zaak niet in de huidige crisis. In plaats van een analyse te maken van het geldverkeer, geldcreatie, het globalisme, etc… koos men voor het oprakelen van een compleet ander thema (geldstromen in de staatsinstellingen) dat eigenlijk bitter weinig tot niets met de financiële crisis (geldstromen in de economie en de rol van de banken in geldcreatie) te maken heeft. Nochtans zijn er genoeg mensen in de Vlaamse Beweging die voor het Vlaams Belang maar al te graag hadden willen komen uitleggen hoe het volgens hen zat, zonder dat zij daarbij eisen zouden stellen i.v.m. kaderfuncties of wat dan ook. Dat zou een unieke kans hebben gegeven aan het Vlaams Belang, waar zij hadden kunnen zeggen dat zij een ander economisch model voorstonden, zonder liberaal of marxistisch te zijn. Op die manier konden zij op het economische vlak een unieke positie innemen, die zeker in tijden van crisis wel eens winstgevend had kunnen zijn. En misschien wel eens een paar procenten minder verlies hadden kunnen betekenen bij de verkiezingen. In de plaats daarvan werd echter gekozen voor een oude plaats opnieuw grijs te draaien, hoe terecht ook het aanklagen van de transfers mag zijn. Maar een globale crisis kan je nu eenmaal niet uitleggen door een Belgisch probleem van staatsstructuren aan te kaarten.
Het grootste probleem met de ideologische bloedarmoede is echter dat het Vlaams Belang bij eventuele deelname aan een bestuur altijd zal teleurstellen, wat ze ook doen. Wanneer men immers bestuurt, zijn er altijd compromissen nodig. Enkel in revolutionaire situaties, en dan nog in slechts enkele extreme gevallen, is iedereen unaniem akkoord over alle aspecten van een bestuur. Maar wat het Vlaams Belang ook zal doen in een eventueel bestuur zal uiteindelijk kritisch bekeken worden. Dit doordat zij gewoon geen concreet programma hebben. Wanneer liberalen én solidaristen zich kunnen identificiëren met bepaalde sociale visie toon je immers dat je met een probleem zit wanneer je de visie moet uitvoeren. Beide ideologieën botsen immers op veel vlakken en de kans is zeer groot dat bij het voeren van een beleid beide groepen zich, oh ironie!, gebelgd gaan voelen. Maar door de vaagheid van het programma, en de onwil (of onmacht?) om het concreet in te vullen, zal men sneller dan men denkt wel eens de radikalen kunnen verliezen. De uittocht is reeds begonnen.
De uittocht der gedegouteerden
“Men zal er altijd rekening moeten mee houden dat bepaalde verschijnselen niet uit de politiek geweerd kunnen worden, zelfs of ook niet uit de Vlaams-nationale. Toch zijn er grenzen. Principiëel, programmatisch, taktisch, moreel, menselijk. Ook de onvolmaaktheid, ook de menselijke tekorten moeten hun grenzen hebben. De Vlaams-nationale partijpolitiekers MEER DAN ANDERE, moeten hiervoor oog hebben en beseffen dat men deze grens gevaarlijk nadert.” [12]
Één van de zekerheden in de psychologische eigenheid van de mens is dat men altijd degenen die het dichtst staan bij je het meeste pijn zal doen. Dit omdat zij het meeste kunnen incasseren zonder je daarbij te verlaten. Het lijkt een zekerheid die men ook op de politieke partijen kan toepassen. De SP.a heeft jarenlang zijn donkerrode basis verwaarloosd, ook al waren dat net de mensen die door wind en weer wilden bussen en plakken. Nu de SP.a helemaal aan het wegkrimpen is op electoraal vlak wordt het steeds moeilijker om de vele brandjes te gaan blussen. Vroeg of laat zullen de radikalen zich roeren en de strijd aangaan met de corrupte top. Althans, als de partij geluk heeft gebeurt dat toch. Dat houdt immers in dat de radikalen zijn blijven geloven in de partij als middel tot het bereiken van een doel. Maar bij het Vlaams Belang zijn er de laatste jaren meerdere zaken gebeurt, tot en met het opbouwen van een mentaliteit die radicaal botste met de visie van de stichters van het Vlaams Blok. Karel Dillen schold ooit op de mensen die vastgeplakt zaten op hun parlementair zitje zonder iets te verwezenlijken, of zelfs maar te willen verwezenlijken. Veelzeggend is het dan ook als een parlementair zitje niet meer als een “Win for Five” (de regionale parlementen zijn legislatuurparlementen, ze kunnen dus niet ontbonden worden) wordt voor sommigen. Wanneer sommigen het niet nodig vinden om actie te voeren wegens “saai” of “geen interesse” kan ik ook alleen maar vaststellen dat er iets grondig mis is. Dit botst radicaal met de visie van Karel Dillen op het doel van een Vlaams-nationale partij: “…men geloofde dat haar mensen [de mensen van een Vlaams-nationale partij] het niet deden om het zeteltje, om het kruipen in de kaas. Het niet deden om er te komen en te geraken.” [13]
Echter stellen dat het Vlaams Belang de binding met de Vlaamse Beweging is kwijtgeraakt, zou fout zijn. Voor de Vlaamse Beweging is het Vlaams Belang nog steeds een enorme rijkdom aan mogelijkheden en op het Vlaams-nationale vlak fungeert zij ook nog steeds als grootste megafoon. De ziektes van de Vlaamse Beweging zijn ook in het Vlaams Belang aanwezig, maar helaas zijn zij steeds meer en meer uitvergroot geraakt. Het ergste daarbij is dat het in het Vlaams Belang niet zozeer om prestige draait, wat conflicten in de Vlaamse Beweging toch nog iewat elan geven, maar dat het bij momenten ronduit om posities gaat uit de wil om zichzelf te verrijken via allerlei postjes. Ook andere initiatieven die ronduit botsen met de oorspronkelijke visie op het Vlaams-nationalisme botsen ronduit. Denken we maar aan Flanders Nation e.d. Het principe “Geen gezwans, Nederlands” is meer dan een slogan, het is boven alles een uiting van het geloof in de vitaliteit van onze taal, tegen de dominantie van welke andere taal ook. Wanneer men echter campagne gaat voeren voor een Vlaams-nationalistische partij met een Engelstalige titel, dan zitten we met een groot ideologisch probleem. Uiteraard moeten we ons aanpassen aan de realiteit, met als doel de realiteit uiteraard aan te passen aan onze visie, maar op geen enkel moment mogen we ons apatisch laten meedrijven met de stroming.
En zo begon langzaam, maar zeker, de uittocht van de gemotiveerde militanten uit het Vlaams Belang. In het begin enkelingen, maar deze stroom groeide aan en begint helaas steeds groter te worden. Niet omdat deze mensen zijn beginnen twijfelen aan hun idealen, laat staan dat ze die hebben opgegeven. Het is vergelijkbaar met de kritiek die Karel Dillen ooit gaf op de Volksunie: “Neen, vandaag is er geen ontmoediging, doch een grote ontgoocheling.”[14] In naam van de electorale winst moest duidelijkheid en radicaliteit plaats ruimen voor populisme in slogans én in inhoud. De slogans zijn meer en meer ook de inhoud geworden van het Vlaams Belang. Wat op zich geen probleem is, zolang er geen alternatieven zijn. Maar die alternatieven waren wel verschenen bij de vorige verkiezingen. Het is treffend wanneer meerdere radikale solidaristische Vlaams-nationalisten, aan wiens standvastigheid op geen enkel moment getwijfeld kan worden, vertellen dat zij op de N-VA gestemd hebben. Niet omdat ze akkoord zijn met de economische standpunten van bv De Wever, maar omdat ze dan tenminste weten op wat voor beleid ze stemmen. Velen weten immers niet welke kant het Vlaams Belang zal opgaan in vijf jaar legislatuur. Sommigen zullen wel zeggen: “Stem op het Vlaams Belang, want het ergste dat kan gebeuren is dat ze toch je standpunten uitvoeren.” De fout is echter dat het slaafs blijven volgen, in naam van de heilige eenheid van de nationalisten tegen al de rest, enkel zal aanmoedigen tot het verderzetten van de fouten. In naam van de partij en vooral in naam van het ideaal dat de partij diende, hebben nationalisten al te lang teveel geslikt.
Dat men nu steeds meer en meer radikalen verliest is treffend, maar ook een verlies voor het Vlaams Belang. Niet alleen verliest met een enorm militant potentieel, maar ook een intellectueel potentieel gaat verloren. Vlaams-nationalisten die zich bezighouden met een concrete invulling van het socio-economische aspect van het nationalisme zullen zich voor de overgrote meerderheid buiten het Vlaams Belang gaan bezighouden. Wanneer men immers kijkt naar de organisaties buiten de partijpolitiek, ziet men dat daar radikalen met open armen worden ingehaald en worden gemotiveerd om hun denkbeelden te ontwikkelen en te verspreiden. Niet enkel ikzelf, maar ook vele anderen in NSV!, Voorpost, N-SA, e.d., zullen daarvan kunnen getuigen. Of om het met een liberale term te zeggen; de radikalen hebben steeds minder en minder “incentives” om zich te gaan bezighouden met een engagement in een politieke partij aangezien men daar meer bezig is met machtsspelletjes dan met het opbouwen van een alternatief. Het ergste is misschien nog dat volgende kritiek van Karel Dillen op de Volksunie voor velen veel te toepasbaar is geworden op bepaalde mentaliteiten in het Vlaams Belang: “…waar zij [de Volksunie] dreigt te worden tot een partij, die doel op zichzelf wordt, vandaag moeten wij ze jammer genoeg meer en meer zien als een partij, die geen voorbeeldige voorafbeelding biedt van een beter en gezonder werkend regime.”[15] Sommigen zullen dan weer de gedegouteerden afdoen als degoutanten voor wie het nooit goed is, of andere uitvluchten. De kern is dat men vaak met de gedegouteerden niet wil praten en hen gewoon behandelt als het “meubilair van de Vlaamse Beweging”. Je moet er niet mee praten of rekening mee houden.
“Ze hebben ons de partij ontstolen”: kritieken van de radikale militanten
“Wij prediken u echter geen zwijgzaamheid, geen berusting. Integendeel. Het is onze en uw verdomde plicht in eer en geweten de waarheid te verkonden, de sjacheraar een sjacheraar en de echtbreker een echtbreker te noemen en geen mislukking tot overwinning om te dopen. Het is onze verdomde plicht ons Nederlands, anti-Belgisch, en Europees nationalisme uit te dragen, ook daar waar men er verveeld de schouders voor ophaalt. Gij hoeft nergens te zwijgen. Niet in de Volksunie van de pacifisten. Niet in het Vlaams Blok van Dillen. Niet in de verschillende actiegroepen. Niet in Dietsland-Europa. Uw nationalistisch geweten is belangrijker dan welkdanige partij- of groepstucht ook zijn. Als Nederlandse nationalisten, als gewone fatsoenlijke mensen zijn wij gehouden vrij en vrank voor onze mening uit te komen, ook al moeten wij vaak onaangename waarheden verkonden. Daarom zijn wij lastige mensen, zoals Frans van Elsacker er één was.” [16]
Zoals hierboven gezegd, heb ik de laatste weken gesproken met meerdere radikale militanten die in andere tijden deel zouden hebben uitgemaakt van de meest overtuigde Vlaams Blokkers. Om zeker te zijn dat ik hun kritiek niet vergeten ben op te nemen in mijn tekst, vermeld ik deze onderaan mijn tekst nog eens apart. Wie zijn kritiek erin herkent, mag daar gerust alle krediet voor opnemen. Wat hieronder staat, zijn geen letterlijke citaten. Maar zij vatten wel telkens de kritiek samen die ik in meerdere gesprekken heb mogen horen. Wat mij opviel was dat er geen sprake was bij de overgrote meerderheid van iets als “mislopen ambities”, “frustraties” of andere puur persoonlijke bezwaren bij de koers van het Vlaams Belang. Een paar uittreksels:
- “Het is niet zozeer dat er een rancune is naar het Vlaams Belang toe. Meer een gevoel van ‘Ze hebben die partij van ons gestolen’. Geen opgave van idealen, maar een teleurstelling.”
- “Waarom heb ik voor De Wever gestemd? Niet omdat ik akkoord ben met zijn visie op economie, maar omdat hij een coherente visie heeft. Bij hem weet ik wat gaat komen.”
- “Grote woorden zijn er genoeg. Het Vlaams Belang zal links en rechts ook nog wel eens een militant helpen wanneer hij onterecht hard door de politie is opgepakt. Maar de aanwezigheid in de acties van de Vlaamse Beweging is enorm verminderd. Waar zijn de spectaculaire betogingen van het Vlaams Blok van vroeger? Waar is de wil tot confrontatie met de heersende orde? De uiteengeslagen betoging van 11 september is helaas een uitzondering geworden.”
- “Misschien is een probleem van het Vlaams Belang wel te vinden in het middenkader. De top is nog nuchter genoeg om een binding te hebben met de gemiddelde man. Maar er zijn anderen die, omdat ze aanvaard worden door delen van de economische elite wat beginnen zweven en zijn beginnen geloven dat de partij het middelpunt van de Beweging is geworden.”
- “Teveel carrièristen zeggen de top wat de top wilt horen en doen voor alsof zij daarmee ook ineens de stem van de gemiddelde militant verkondigen. De partijtop verschiet dan bij momenten oprecht van reacties van de basis wanneer die toch doordringen.”
Conclusie
“Wij hebben de kans verkeken, hoe stout ook wij ook gewaagd. Wij zijn geen stap geweken, door overmacht bezweken. Toch niet de vlag gestreken! En zijn wij niet geslaagd, verslagen, niet verwonnen, en kansloos herbegonnen, tot weer een daghet daagt. Voor and’ren die straks komen, die dragen onze dromen. ’t Geslacht dat toch eens slaagt, en dankzij hen die vielen. Die nimmer wilden knielen, die nooit gena gevraagd!” [17]
Ik kan sommige criticasters al bijna hardop horen denken; “Als het je toch niet aanstaat, waarom dan nog moeite doen om erover te schrijven? Of wou je gewoon eens trappen naar het Vlaams Belang?” Laat me duidelijk zijn, dat laatste is absoluut niet het geval. Dan heb ik mij wel met nuttigere dingen bezig te houden. Want, ondanks het feit dat er een hele hoop fout loopt, dat de programmalijn steeds meer verwatert en dat men mijn inziens nog steeds een foute koers aan het varen is, ligt deze partij mij nog steeds nauw aan het hart. Waar de N-VA er zich op beroept de erfgenaam te zijn van het “humanistische Vlaams-nationalisme” van Van Der Elst, daar is het Vlaams Belang nog steeds de erfgenaam van het rechts-radikale Vlaams-nationalisme dat zich weigert te onderwerpen voor vreemde wil. En daarom zou het een enorme zonde betekenen als deze partij verloren gaat voor de rechts-radikale solidaristen. Deze tekst is dan ook in de eerste plaats geen opeenstapeling verwijten, maar een waarschuwing. Wat vele radikale militanten denken, is hier gewoon op een rijtje gezet. Niet om te beschadigen, maar om bij te sturen. Niet om het schip de dieperik in te sturen, maar om het weg te leiden van de zandbanken. Laten we ons dan ook beroepen op de beginselteksten van het Vlaams Belang. Geen reactionair conservatisme, maar een revitaliserende herbronning van een geestelijke oppositie volgens de lijnen uitgezet door o.a. Karel Dillen.
“Wees radicaal, wees principieel, wees absoluut, wees wat de burger noemt: extremist!” om Ernest Van Der Hallen te citeren. Of om een meer recent iemand te citeren: “Wij staan rechts en desnoods extreem-rechts van het centrum omdat wij van oordeel zijn dat orde, gezag en traditie belangrijk zijn. Wij staan rechts en desnoods extreem-rechts van het centrum omdat wij ons als nationalisten blijven verzetten tegen de mythe van het internationalisme, de multiculturaliteit en de gelijkschakeling van de mens.” aldus Filip Dewinter op het VBJ-congres “Rechts zonder complexen” te Deurne op 13 januari 1987. Wanneer men die teksten bekijkt, kan men zich toch enkel afvragen waar die strijdgeest is. Waar is de wil naartoe om het systeem omver te werpen? Of is het waar wanneer men zegt dat structuren mensen sneller veranderen dan mensen structuren kunnen veranderen?
En ja, ik kan het al bijna voelen. Sommigen zullen dit artikel gelezen hebben en als een egel hun stekels hebben uitgestoken en alle kritiek als beschadigend of ongegrond beschouwen. Mijn inziens is deze kritiek echter nodig. Vele mensen kunnen immers tussen pot en pint genoeg klagen over de koers van het Vlaams Belang. Ik hoop dan ook dat zij de moed hebben om te zeggen dat zij op z’n minst met een paar stukken van dit artikel akkoord zijn. Wanneer immers andere critici zich gaan ingraven en zeggen dat ze helemaal niet akkoord zijn, om daarna op café het tegenovergestelde te gaan beweren, geraken we ook geen stap verder. Dan zijn we bezig met toogidealisten te zijn en die hun verwezenlijkingen beperken zich tot zuipen, drinken en zwelgen. En het nationalistische ideaal is nu net iets té kostbaar om het daaraan over te laten. Er moet een diepgaande bezinning komen waarbij taboes bespreekbaar moeten zijn. Wie zich defensief gaat opstellen en alle onderbouwde kritiek gaat afdoen als onnodig gezaag dat enkel een negatief effect heeft, had zich de moeite kunnen besparen van deze tekst te lezen. Wie echter vindt dat er dingen scheeflopen, mag zich erin verheugen dat hij of zij niet alleen staat in die kritiek en steun vinden in het feit dat steeds meer mensen zich zullen aansluiten bij deze kritieken.
Niet omdat kappen op het Vlaams Belang makkelijk of leuk is, maar omdat het belangrijk is. Belangrijk, omdat we deze partij niet uit handen mogen geven. En met “we” bedoel ik niet de NSV!, maar de ganse radikaal-rechtse, solidaristische, Vlaams-nationalistische Beweging. Als we immers niet kunnen winnen van carrièristen en de stereotype partijslaven, waar zullen we dan ooit de energie en de wil vinden om tegen het Belgisch systeem te vechten? Als sommige verruimers, of toch de overblijfselen daarvan, stellen dat zij een onstopbare kracht zijn en dat het Vlaams Belang automatisch “aanvaardbaar rechts” zal worden door hen, dan mogen zij dat. Laten wij hen dan tonen als solidaristische nationalisten wat er gebeurt wanneer een onstopbare kracht een onbeweegbaar object op zijn pad treft. Besluiten doe ik dan ook graag met een citaat van Bert Van Boghout: “Niet uit roeping maar uit bitter ellendige noodzaak moeten wij soms durven zijn l’homme seul, de Einzelgänger, de eenzame wolf in het geprefabriceerde sprookjesbos.[…] Mogen wij allen, gij en ik, standvastig blijven zoals onze goede vriend Van Elsacker dat was tot zijn laatste dag.” [18]
Yves Pernet
- DILLEN, K., “Herradikalizering van de Vlaamse Beweging of? II. Het jaar der grote ontgoocheling” In: Dietsland-Europa, 16e jaargang, nummer 8, oktober 1971, p.7
- DILLEN, K., “ België, uw naam is koehandel” In: Dietsland-Europa, 18e jaargang, nummer 2, februari 1973, p.9
- DILLEN, K., “Anti-abortus” In: Dietsland-Europa, 18e jaargang, nummer 4, april 1973, p.3
- DEWINTER, F., “Zeggen wat u denkt”, Uitgeverij Egmont, Brussel, 2007, pp. 23-24
- DEWINTER, F., “Zeggen wat u denkt”, Uitgeverij Egmont, Brussel, 2007, p. 59
- Een vergelijking gemaakt door Karel De Gucht op de nieuwjaarsreceptie van de VLD in 2001
- DEWINTER, F., “Zeggen wat u denkt”, Uitgeverij Egmont, Brussel, 2007, p. 124
- DILLEN, K., “Herradikalizering van de Vlaamse Beweging of? II. Het jaar der grote ontgoocheling” In: Dietsland-Europa, 16e jaargang, nummer 8, oktober 1971, p.6
- MASURE, T., “De ongelijkheid van de mens” In: Dietsland-Europa, 28e jaargang, november 1983, p.14
- VERSTREPEN, J. “Zwart Op Wit”, Lampedaire Uitgevers, Antwerpen, 2008, pp. 110-11
- DELVO, E., “Democratie in stormtij” In: Dietsland-Europa, 28e jaargang, aug./sept. 1983, p.15
- DILLEN, K., “Herradikalizering van de Vlaamse Beweging of? II. Het jaar der grote ontgoocheling” In: Dietsland-Europa, 16e jaargang, nummer 8, oktober 1971, p.6
- DILLEN, K., “Herradikalizering van de Vlaamse Beweging of? II. Het jaar der grote ontgoocheling” In: Dietsland-Europa, 16e jaargang, nummer 8, oktober 1971, p.6
- DILLEN, K., “Herradikalizering van de Vlaamse Beweging of? II. Het jaar der grote ontgoocheling” In: Dietsland-Europa, 16e jaargang, nummer 8, oktober 1971, p.6
- DILLEN, K., “Herwaardering van het politiek bedrijf” In: Dietsland-Europa, 18e jaargang, nummer 5, mei 1973, p.3
- VAN BOGHOUT, B., “Kerstoverpeinzingen” In: Dietsland-Europa, 28e jaargang, december 1983, p.3
- HERMANS, W. “Ultima Verba” In: Dietsland-Europa, 18e jaargang, nummer 8-9, september 1973, p. 22
- VAN BOGHOUT, B., “Kerstoverpeinzingen” In: Dietsland-Europa, 28e jaargang, december 1983, pp. 2-3
Stijn R.A.J. Calle zei
Uw artikel bevat veel waarheden. Tevens vertoont het grote gebreken. Ik kan of wil onmogelijk hier in detail op antwoorden, maar da’s ook niet nodig.
In het VB loopt zeer veel fout en ik kan uw frustratie gesymboliseerd in uw artikel goed begrijpen. Maar vergelijk geen appelen met peren. Geen principieelheid met praktisch handelen. Het VB is een partij en geen beweging. En partijen zijn als dusdanig een onderdeel van het probleem en niet van de oplossing.
Maar ten gronde. Het is niet goed nu het VB af te rekenen op – terechte maar tussentijdse en er niet toe doende – resultaten. Door te focussen met een vergrootglas op de bomen – op zoek naar terechte problemen – ziet men het bos niet meer. Het VB heeft een historische rol gespeeld en speelt die nog. Ze was de noodzakelijke radicale tegenpool in een dialectisch politiek en maatschappelijk opbod dat onvermijdelijk zal eindigen in Vlaamse onafhankelijkheid. Kort gesteld, N-VA is een vrucht van 30 jaar VB, een conditio sine qua non. Maar N-VA is tevens een niet-voldoende voorwaarde. Het VB wel. Er zijn nog talloze voorbeelden. Dit dialectisch opbod is nog niet gedaan, ergo is het intellectueel niet correct hierop nu te focussen. Haar rol is niet uitgespeeld, maar loopt ten einde in omgekeerde evenredigheid aan de onafhankelijkheid. De laatste loodjes wegen het zwaarst. Onafhankelijkheid komt onvermijdelijk.
De dag dat Vlaanderen onafhankelijk wordt zal dit de verdienste zijn van enkele historische figuren. Karel Dillen is daar een belangrijk voorbeeld van. Hij heeft het VB opgericht. Wetenschappers zullen allerlei theorieën ontwikkelen, en blind een veelheid aan actoren tot winnaar uitroepen: de zwaksten en meest belachelijken eerst. Zij dwalen. Maar Dillen zou niet geïnteresseerd zijn in de publieke lof. Hij zou tevreden zijn met het resultaat, en zich neerleggen bij de blindheid van de wereld. Wij strijden niet voor erkenning, wij strijden voor resultaten. Resultaten is iets voor op aarde, erkenning komt wel in de hemel.
De fundamentele rol van het VB ligt niet in het ontwikkelen van een loepzuiver solidaristisch sociaal-economisch profiel. Daar kan ze alleen maar bij verliezen. Ze ligt in het feit dat ze hefboom was/is in het dialectische opbod naar onafhankelijkheid. De rest is onvermijdelijk een gevolg van haar partijpolitieke wezen. Dat is zeer bitter – op persoonlijk vlak – om allemaal te slikken, maar vooralsnog bijzaak. Soms is het evenwicht tussen theorie en praktijk uit evenwicht, en helt over in één of andere richting. Maar op middellange termijn zal dit evenwicht worden bereikt.
Dat is ook de reden dat de partij pas zal verdwijnen na de onafhankelijkheid. Zij zal opgevolgd worden door een veelheid aan formaties die wel zullen focussen op andere inhoudelijke thema’s. Maar het zullen opnieuw partijen zijn die zullen bloeien, groeien en ontgoochelen. De aard van het partijbeestje. Ondertussen zal de partij door haar eigen luizen worden gebeten. Het ene is onlosmakelijk verbonden met het anderen. Uw artikel is zo een luis. Maar aan luizebeten gaat men niet dood. Da’s ergerlijk, maar meer niet.
Maar omdat de mens niet ongevoelig is voor de vaalheid van het beginselonvaste handelen kan ik enkel adviseren – naast het partijpolitieke engagement – tevens niet-partijpolitieke engagementen uit te bouwen. Die dienen als oase om terug op adem te komen. Om daarna terug in de modder te gaan liggen om verder te strijden.
Dakar zei
Dag Stijn
We hebben mekaar al eens kort gesproken na de meeting met Roberto Fiore. De partij van Fiore was een van de eerste om in Italië het idee van volksgeld (in plaats van bankgeld) – na een meer dan een halve eeuw vergetelheid – opnieuw op de politieke kaart te zetten.
Yves heeft onlangs trouwens ook Web of Debt van Ellen Brown ontdekt, het is dezelfde materie. De grondgedachte is: weg met (staats)schuld, weg met woeker, weg met bankgeld.
FN is een christelijke, katholieke partij (wat niet typisch “(neo)fascistisch” is), maar wel een partij die die principes ook in de praktijk brengt door de economische ethiek en het economische natuurwetdenken (dat teruggaat tot Aristoteles) opnieuw – rigoreus – te willen invoeren. Immers, tijdens hun Engelse ballingschap hebben de stichters van FN het distributisme (gelijkaardig aan het historische solidarisme) van de “Chesterterbellocs” leren kennen.
De grootste tegenstrijdigheid van het christendom komt niet zozeer voort uit de vele knievallen voor het jodendom, noch uit de concubine met de “humanistische” pseudo-religie (i.e. het streven van de internationalistische vrijmetselarij). De collaboratie met het kapitalisme ondermijnt het gezag van een echte christelijke ethiek (het Vaticaan en de Zionistische Entiteit zijn volgens financiële journalist Jean-Loup Izambert twee van de grootste draaischijven voor het witwassen van misdaadgeld). Wat is bijvoorbeeld de zin van het darwinisme in de biologie te bestrijden en niet in de economie?
Het is die collaboratie die ook elke andere zogenaamde ethiek (democratisch, humanistisch, links-liberaal) tot hypocrisie maakt. Dat, terwijl wij als radicale nationalisten, als “zuiveren”, die niet collaboreren met de macht, met alle middelen als “onethisch” worden bestempeld en vervolgd.
Je vond het werk van Henry Coston toen te “fascistisch”. Ik zou niet weten op basis waarvan. Wat ik weet, is dat Coston goed gedocumenteerd toont waar jodendom en vrijmetselarij hun economische en financiële macht vandaan halen. Dat is niet door hun respectieve filosofieën, die een web van leugens en tegenstrijdigheden zijn. Zij waren én zijn het hart van een financiële oligarchie die door o.m. Ellen Brown, Bill Stills en Carroll Quigley de “internationale bankiers” of “money masters” worden genoemd. Die klasse kapitalisten doet immers niet alleen aan geldaccumulatie (marxistische these), maar ook en vooral aan geldcreatie (waardoor zij het monopolie op àlle geld en àlle schuld in de wereld heeft).
Als nationalist én als katholiek heb je dus de plicht om je volk en je geloof te bevrijden van die dictatuur. Zonder solidaristisch (of gelijkaardig) sociaal-economisch profiel is een partij alleen een vehikel om burgerlijke beroepspolitici vet te mesten. Geen profiel aannemen, bestaat trouwens niet. Het VB heeft weldegelijk een profiel: dat van de NV Vlaanderen (in plaats van de NV België). Niet de onafhankelijkheid van het hele volk, maar die van de hoogste bieder. Zoals de bieders nu Brussel willen verkopen, in ruil voor hun kleine provincie, zo zullen ze ook de rest van Vlaanderen verkopen. Ze geven het nu al beetje bij beetje weg. Vreemde heersers over een vreemde bevolking, plus het grootste deel van de Belgische staatsschuld, met een land zonder eigen grenzen, leger en munt: zo zal het lot van “onafhankelijk” Vlaanderen zijn, zonder een sociaal-economisch profiel. Goed dat het dan tenminste toch een “democratisch” en “open” Vlaanderen (of België, maakt niet uit) zal zijn… Je ziet het: zonder zo’n profiel kan er geen sprake zijn van een “fatsoenlijk rechts” of “weldenkend links”, maar alleen van collaborateurs, hypocrieten en tjeven.
Stijn R.A.J. Calle zei
Waarde Dakar,
Ik herinner mij ons gesprek, maar kan er geen gezicht of naam meer opplakken. Dat zal wel iets te maken gehad hebben met de rolling achteraf.
Ik heb zowel Web of Debt als Money Masters in mijn bezit. Ook de DVD versies. Helder en maakt wat er nu gebeurt begrijpelijk. Maar geld en waarde vind ik een buitengewoon moeilijk concept om te vatten. Ik denk niet dat ik al moeilijke concepten heb bemeesterd.
Wat geld betreft is slechts één naam onontbeerlijk, Alexander del Mar. Hij werd academisch gecensureerd. Zijn boeken zijn nog niets van hun waarde kwijt: The History of Money, The Science of Money en The Politics of Money. Allen in mijn bezit, met uitzondering van de laatste, wat onvindbaar is. Wat ook aan te raden is is het boek van Stephan Zarlenga, The New Science of Money, American Monetary Institute. Ook in mijn bezit.
FN is, als Vlaming, een verademing. En, inderdaad, naast het socialisme moet ook het liberalisme met dezelfde ijver en kracht worden bestreden. De naam van het alternatief, solidarisme, distributisme, etc, is bijzaak.
Wat Henry Coston betreft een verduidelijking. Ik heb meerdere van zijn boeken gelezen en vond ze verhelderend en informatief. Wat ik echter wilde aanduiden is het feit dat Coston (en co) kinderen van hun tijd zijn. Naast vele terechte waarheden sluipen er soms ook dingen in die onwaar zijn (maar goedbedoeld), en die als een boemerang gebruikt worden om de authenticiteit van zeer vele andere zaken in vraag te stellen, en onder dezelfde intellectuele curatele te stellen. Het is een beproefde tactiek van de vijand en getuigt van intellectuele oneerlijkheid. Maar het werkt wel. Ik verkies van alles het originele brondocument zelf te onderzoeken en te verifiëren. Da’s de enige manier om niet in dergelijke val te trappen. Maar dat is soms zeer moeilijk te realiseren.
Wat het VBelang betreft, de partijpolitieke veruitwendiging van de VBeweging mag je nooit vergeten dat de functie van een partij niet dezelfde is van een beweging. Een partij zal vroeg of laat tegen haar ‘principes’ zondigen, da’s onvermijdelijk omdat het systeem daartoe leidt. Een beweging kan zuiver blijven, maar kan dan ook niet dezelfde rol vervullen als een partij. Laat mij stellen dat het VB enkel een middel is, en geen doel op zich.
Zou ik uw emailadres mogen ontvangen voor een iets privatere communicatie?
Dakar zei
“Zou ik uw emailadres mogen ontvangen voor een iets privatere communicatie?”
Yves, kun jij daarvoor zorgen?
100% identiteit? « Weblog Vrij Europa zei
[...] Heeft het Vlaams Belang gefaald? [...]
De kracht van een overtuiging « Weblog Vrij Europa zei
[...] Heeft het Vlaams Belang gefaald? [...]